Al je teamleden in de startblokken met de juiste voorinformatie

Door Mara Lammertzen

Wist je dat jij de veranderbereidheid van mensen kunt beïnvloeden door hen op een andere manier te informeren? Zodat je tegemoet komt aan verschillende behoeften? Tijd voor een paar superpraktische tips om je informatieverstrekking te upgraden.

Stel, je wilt je team informeren over een teamdag, een training, een ophanden zijnde organisatieverandering, etc. Hoe zorg jij ervoor dat zoveel mogelijk mensen bij zichzelf denken: ‘okee, ik begrijp het, daar kan ik wel wat mee’? Doe jij dat op een voor iedereen heldere manier? En WAT vertel je eigenlijk precies om mensen met verschillende informatiebehoeften te helpen aanhaken?

Wees afhaken voor!
Waarschijnlijk noem je in ieder geval een aantal argumenten die jijzelf – in hun positie – nodig zou hebben om je te overtuigen of ontvankelijk te maken voor een plan. Maar met het gedachtegoed van Human Dynamics weten we dat de ene persoon, bewust danwel onbewust, fundamenteel andere informatie nodig heeft om een op handen zijnde verandering te kunnen omarmen dan de ander. Weet jij wie van je teamleden makkelijk aanhaakt bij jouw aanpak, en bij wie je het risico loopt op vroegtijdig afhaken?

Verschillende motivatiesleutels
Feit: er ligt een standaard setje motivatiesleutels voor het oprapen, die je kunt inzetten om mensen makkelijker te helpen aanhaken. Als je slim bent, en dat ben je, dan zorg je dat je zo snel mogelijk aansluit bij verschillende informatiebehoeften. En dat kan ook zonder dat je iedereen persoonlijk hoeft aan te spreken. Je moet alleen even weten hoe je met één bericht tegemoet komt aan de informatiebehoefte van ieder teamlid. Komt ‘ie:

  1. Stuur altijd voorinformatie met een globaal programma. Mensen met een mentale aanvliegroute bereiden zich graag inhoudelijk voor. Zorg ook voor een artikel of andere achtergrondinformatie voor wie daar behoefte aan heeft.
  2. Zorg voor een bondige, gestructureerde tekst die antwoord geeft op de volgende punten:
    • WAT gaan we doen, wanneer, waar?
    • WAAROM gaan we dit doen? Wat maakt dat dit belangrijk is op de lange(re) termijn? (mentale informatiebehoefte)
    • WAARTOE: wat gaat het opleveren? Wat kunnen we er praktisch mee? (fysieke informatiebehoefte)
    • HOE en WAAROM ZO: In welke werkvorm en met wie gaan we aan de slag? En waarom kies je daarvoor? Wat hoop jij als organisator zelf dat er gebeurt? En wat zou je willen voor de groep? (emotionele informatiebehoefte)
  3. Geef mensen de kans te reageren. Bied de mogelijkheid om ideeën, vragen en opmerkingen alvast te melden – bijvoorbeeld via een online reactieformulier – en beantwoord ze indien nodig vooraf.

More = less
Als je nu denkt: pff, wat een werk, dat hoeft toch niet zo uitgebreid? Dan zegt dat waarschijnlijk vooral iets over jouw eigen behoefte (een gokje: je houdt van een beetje tempo, stapt makkelijk in iets nieuws en bent van het type ‘just do it’?). Hoe dan ook: probeer het gewoon ’s uit. Het gaat je namelijk heel veel tijd en energie opleveren omdat mensen met dit kader sneller inzien:

  • wat er op stapel staat,
  • waarom dit van belang is,
  • wat het op gaat leveren en
  • wat hun rol daarin kan zijn, samen met jou.

En die kans wil je niet missen!

Een masterclass Human Dynamics©: iets voor jouw team?
Het is -en ik spreek uit ervaring- fantastisch als je weet hoe je pro-actief kunt inspelen op verschillende ‘aan-knoppen’ die mensen helpen om te kunnen bewegen. Als jij dat ook wilt voor jou en je team, vraag dan eens naar onze in-company kennismakingsworkshops en Masterclasses Human Dynamics©, al dan niet als onderdeel van een teamontwikkelingstraject. Een feest van (h)erkenning en een prachtig aanknopingspunt voor een waardevolle en oordeelvrije manier van werken met elkaars verschillen.

Fysiek-mentaal kamperen in zes punten

Door Mara Lammertzen

Een sfeerbeeld: na een paar uur rijden richting de Franse grens, je bent er wel klaar mee, zie je in het bosrijke dal de kampvuurrook al omhoog kringelen. De rivier schittert je tegemoet. Eenmaal het bruggetje over is het stil, op de kabbelende rivier na. Klimtouwen, klimbomen, een kabelbaantje en hangbruggetjes over het water. Weer of geen weer, er hangen altijd een paar free range kinderen in en aan. Links een rechttoe, rechtaan -schoon en zeer functioneel- toiletgebouw met een eigen waterzuiveringsinstallatie: rivierwater wordt hier met een ingenieus, zelfgebouwd systeem omgetoverd tot goedgekeurd drinkwater. Een houten bord: ‘Receptie. Hier melden’. Duidelijke taal en geen woord te veel. Zo werkt dat hier. Fysiek-mentaal kamperen in zes overzichtelijke punten.

1. Natuur
Fysiek-mentale campings: ze bestaan. Deze camping in de Waalse Ardennen, waar wij ons sinds een paar jaar ‘vaste kampeerders’ mogen noemen, is er een ten voeten uit. Nee, ik heb geen aandelen. Het is een bijzondere plek om jezelf te zijn, zonder poespas en met veel, heel veel hout. Plastic en kunststof? Nèh. Hooguit je werptentje. De focus ligt hier op dingen doen die met de natuur te maken hebben. Niet alleen voor fysiek-mentale mensen lekker, iedereen met een beetje ‘F’ kan hier z’n hart ophalen. Maar voor fysiek-mentaal is het echt thuiskomen. Een no nonsense natuurparadijs, gericht op praktische, efficiënte mensen die tot rust komen door met hun handen bezig te zijn en hier eindelijk hun never-ending to do lijst even kunnen loslaten. Hier hoor je weinig gepraat, los van de zinnen ‘Wat wil je nog meer, hè’, en ‘Mooi man’. En dan begrijp je elkaar gewoon. Niks meer aan doen. Ja, bier.

Zo komt Jasper dan het bos uit. All you need is een mes, touw, bijl, handzaag en werkhandschoenen.

2. Zelf doen
Verder met het sfeerbeeld. Er staan een paar Landrovers – daar later meer over – er is een trialbikeparcours (waar ’s avonds de jeugd in stilte oefent en hun kunsten vertoont) en een paar kano’s. Een hele plank opgezette dieren die je hier ook in levenden lijve tegenkomt. De campingwinkel ernaast is gewoon een verkapte outdoorshop, compleet met een balie gemaakt van een halve Landrover, met alles wat de praktisch ingestelde kampeerder zich maar kan wensen. En veel zakken hout, dus. Maar dat noemt men hier ‘lui hout’. Je zorgt hier gewoon zelf voor je vuur. De hele dag wordt in de uitgestrekte bossen (omgevallen) hout gesprokkeld en klinkt het geluid van bijlen op hakblokken om al dat hout tot keurige stapeltjes te verwerken voor ‘het vuurtje’. Hier geen luide gezelschapsspelletjes en gierende buren. Nee, hier wordt bij de tent houtsnijwerk geknutseld, zittend op een praktische -liefst zelfgebouwde- stoel met schapenvel. Worden pijl- en bogen, katapulten en bootjes gemaakt en uitgeprobeerd en pruttelt de koffie boven een knapperend vuur. De kinderen slijpen hun eigen kindermessen – op de enige juiste manier, want veiligheid boven alles -, zitten in de boom, gaan op zoek naar sprokkelhout of bouwen dammen in de rivier.

3. Rust
Die is weldadig. Hier hoeft niks. Uiteraard, de meeste kampeerders hebben wel een planning, zoals om 07:00 uur in je eentje hardlopen, brooddeeg kneden of een vlonder bouwen, ofzo. Maar je hoeft niks met elkaar als je dat niet wilt. Je kunt de camping overlopen zonder dat je aangekeken -laat staan zomaar aangesproken- wordt. Dus voor mij, als emotioneel-fysieke kampeerder, was dit behoorlijk wennen. Maar inmiddels, na jaartje of 3, vind ik het een verademing. Want hier besef ik pas wat die constante neiging van mij om contact te maken eigenlijk van me vraagt. Hier weet ik dat het ook prima op prijs gesteld wordt als je niks zegt. Ik voel gewoon de opluchting van sommige mensen als ik bij toevallig oogcontact weer de andere kant op kijk. En zo kom ik ook een keer echt tot rust. Al voelt het soms een beetje contactgestoord, ja. Maar deze mensen zijn hier niet om te kletsen. Tenzij dat het doel is, natuurlijk. Dan kun je prima kletsen.
Je lacht je rot, het is mijn eigen fysiek-mentale Jasper die hier de nieuwe contacten legt. Ik niet. Die blijkt dan niet te zijn verzopen in het toilet maar gewoon bij een buurman -met bier- wat te keuvelen over de vordering van de bouwplannen voor onze blokhut. Het plichtplegerige ‘hoe is het’ wordt meestal overgeslagen, het blijft bij een ‘alles goed?’ ‘hm-hm’, al heb je elkaar een jaar niet gezien. Interessanter is waar je mee bezig bent.

Strategisch inpakken (en dus ook niks op de achterbank…)

4. Gear
Het is gewoon een fysiek-mentaal soort gezelligheid. En die is als volgt te omschrijven. Er wordt gereedschap (bijlen, zagen, schragen, messen, etc.) aan elkaar uitgeleend. Nadat  ‘new arrirvals’ eerst in alle rust hun degelijke canvastenten hebben kunnen uitstallen en het eerste biertje tevoorschijn komt – komt er eens een buurman of -vrouw aan – met een eigen drankje, want stel je voor dat je iets aangeboden krijgt… dat betekent dat je de duur van je bezoekje niet meer in eigen hand hebt en dat is niet de bedoeling. Morgen doen we dat misschien. Nee, eerst worden ingenieuze zelfgebouwde buitenkeukens, verstelbare driepoten, honden en -natuurlijk- Landrovers bewonderd en besproken. Hierna wordt de vliegvisgear uitgeschoven, gaan de vliegvisjassen met honderd handige zakken en lieslaarzen aan en kan er nog even een uurtje – liefst solitair – gevist worden in de avondschemering (Jasper vindt vissen niks, die hakt een oude boomstronk volledig uit z’n voegen en daarna gaat ‘ie op een stoel voor zich uit zitten staren. Hij krijgt er bij mijn vragende blik nog net uitgeperst: ‘en nu kunnen mijn hersenen pas…..’). Of wordt de olie vast in de Dutch oven gegoten voor het slow cooked eenpansgerecht van vanavond. Want tijd, dat heb je hier.

5. Structuur 
De eigenaars, een praktisch ingesteld stel (fysiek-mentaal en fysiek-emotioneel is mijn sterke vermoeden), met hun eigen behoefte aan duidelijkheid in rust, ruimte en regelmaat, bepalen hoe het er hier aan toe gaat. Er mag veel, maar er zijn dus ook duidelijke regels. Het terrein -inclusief restaurantje- is alleen voor kampeerders. Dus wandelaars vissen achter het net. Niet gereserveerd in het drukke seizoen? Jammer. Afval netjes scheiden, de rust bewaren, niet kleddernat door het douchegebouw lopen, geen muziek en geen lawaai of hard praten na 22:00 uur. De rest van de regels staat onomwonden opgesomd op een A4-tje. Waar je bij overtreding ook duidelijk op aangesproken wordt. Wat krijg je ervoor terug? Juist. Rust in je hoofd. Voor de kampeerders dan, hè. Want in het hoogseizoen, als de eigenaars al een paar lange weken 24/7 hun benen uit hun lijf lopen op het terras, kun je merken hoe druk zij het hebben, en hoe dat aanpoten is, zo’n camping. De mate van spontaniteit, flexibiliteit en sociale interactie begint dan wat rafeltjes te vertonen. Dat kost dan extra moeite. En ik begrijp ze. Maar onderling met andere emotioneel gecentreerde kampeerders zoals ikzelf (want die zijn er natuurlijk ook, die komen verwonderd met hun houthakbehoeftige partners mee – en wij herkennen elkaar direct) worden wel eens wat wenkbrauwen opgetrokken over de bijzondere vorm van klantvriendelijkheid. Er wordt er zelfs wel eens gefluisterd ‘Je zou toch denken dat je het leuk vindt om met mensen om te gaan als je een camping runt’. Maar let op: dat zegt dus vooral iets over onze eigen behoefte aan persoonlijke connectie en een hartelijke ontvangst als je ergens geld uitgeeft. Het is dus maar vanuit welke hoek je kijkt. Want hier zit de klantvriendelijkheid in de ruimte die je krijgt om binnen duidelijk gestelde kaders helemaal je ding te doen in een fantastische omgeving. Het zit ‘m in de perfecte staat van de gebouwen en het materieel. De fietspomp / snoeischaar / vuurschaal die je altijd kunt lenen. In het uitstekend bijgehouden groen, maar niet te strak: de natuur heeft hier voorrang. Dat soort dingen zijn in een heleboel ogen veel nuttiger en dus belangrijker. En dat moet je wel willen zien. Prachtig vind ik dat. Als het bloody hot is komt de Landrover met brandweerspuit het water in: kinderen komen hier niets te kort. Voor hen is er een gratis avonturenboekje ‘alleen voor de serieuze avonturier’ te krijgen bij de receptie, met daarin hikes, puzzeltochten, natuurweetjes. Nooit zomaar een heel verhaal beginnen terwijl ze bezig zijn, maar een afspraak maken voor de volgende dag. Dan is er alle ruimte. En geef ze eens ongelijk. Daar kan ik echt wat van leren.

6. Community
Het jaarlijkse Landroverweekend is net achter de rug. Een efficiënte, geoliede machine. Vanaf vrijdagmiddag komen ze het terrein op rollen en worden de terreinwagens (de een nog vollediger uitgerust dan de ander) met gepaste ruimte ertussen opgesteld. Uiteraard met de neus richting de weg. Dat is niet meer dan logisch. Dan wordt de ‘gear’ af- en uitgeladen.  Ingenieuze daktenten met ladders, puur functioneel kampeermeubilair (en nooit meer stoelen dan het aantal kampeerders), hele keukenstellages met hufterproof buitenkookmateriaal in keurige transparante kratten, ijzeren flight cases met clubstickers. 1 theedoek. En een vuurschaal. Iedereen is druk in de weer, allemaal in outdoorkleding, compleet met Landroverweekend 2018-T-shirts* (vooraf besteld dus) en op verstandige schoenen (ik: slippers). Op zaterdagochtend worden er na een collectief clubontbijt onder grote tarpen zonder veel gepraat en netjes in de rij stoere autofoto’s gemaakt, allen voorzien van speciale LR18-rally-platen. Hierna begint het gevroemmmm, en start dé Landroverrit, oftewel een ‘bolletje-pijltje-tocht’. Vraag me niet wat het is. Jasper lacht me dus gewoon uit. Het is mij een raadsel, dit evenement. Wij, als ‘vaste gasten’, vallen hier totaal buiten. Maar met een Landrover zouden we er meteen bij horen. Want dat is hier het hogere doel: het groepsgevoel. Ik zie die man van mij wel lonken, hoor. Zucht.

*Ik: ‘Ik begrijp niet wat nou de lol is van allemaal diezelfde t-shirtjes’. Jasper: ‘Hoezo? Je doet het samen of je doet het niet’. Tja.

Fysiek-mentale humor:
“Als mijn kinderen iets willen weten van me, zeggen ze tegenwoordig bij voorbaat al ‘Pa, doe maar het 5-, 10- of 30-minuten antwoord’.
Anders ben ik een uur aan het woord en dan waren ze alleen maar benieuwd hoe laat het was.”


Het kernkwaliteitenkwadrant van de fysiek-mentale dynamiek © De Verschilspecialisten

Mensen met de fysiek-mentale persoonlijkheidsdynamiek zijn de praktische, resultaatgerichte, strategische probleemoplossers onder ons, uitstekende planners ook.  Ze werken vanuit de praktijk en zijn met een kritisch oog voor bruikbaarheid gericht op doelen, structuren en efficiency. Ze zijn van nature bezig met het strategisch uitvoeren van hun plannen, die meestal tot doel hebben om processen beter te laten functioneren. Voor zichzelf, maar zeker ook voor andere betrokkenen. Ze zijn van nature minder gericht op gevoelens en persoonlijke connectie met mensen. Net zoals iedere persoonlijkheidsdynamiek een specifieke ontwikkelrichting heeft, is het ontwikkelen van flexibiliteit en aandacht voor de beleving van anderen een uitdaging voor deze dynamiek.


P.S. Lang verhaal? Ga jij maar eens een tijdje fysiek kamperen, dan kunnen ook jouw verhalen niet meer kort.


Wil je weten wat wij allemaal doen met verschillen in ons werk als (team)coach en trainer in het onderwijs en bedrijfsleven? Check it out op www.verschilspecialisten.nl  (of bel/mail ons gewoon even).

Mam, WhatsApp is geen communicatiemiddel!

Door Helga van der Hart

Picture this

Onze zoon, bijna 13 jaar, zijn leven bestaat vooral uit Instagram, Minecraft, Fortnite. Oh ja, naast zijn bestaan in het cellencomplex waar hij elke dag naar toe moet (mam, als je het goed beschouwt, is de school gewoon een cellencomplex hè!…). Heb je een beetje een beeld inmiddels?


Een gesprekje met mijn zoon op een doordeweekse dag in juni

Een van de genietmomenten (over het algemeen dan ;-)) is dat we doordeweeks met z’n allen aan tafel ontbijten. Deze zonnige dag was Pascal al op pad, dus had ik dit ritueel met de kids, met een gesprek dat als volgt verliep:

Zoon: ‘Mam, ik heb echt weer zin in de wintersport’
Ik: ‘Leuk, dat duurt nog wel even. Ik heb je wel een app gestuurd om in de zomer skilessen op de borstelbaan te nemen. Dat is tenminste wat sneller dan de skivakantie’
Zoon: ‘Oh ja? Wanneer heb je dat gestuurd?’
Ik: ‘In de meivakantie toen je aan het vissen was’
Zoon: ‘Oh, dat lees ik niet hoor. Als mensen me willen spreken of iets tegen me willen zeggen, moeten ze dat gewoon rechtstreeks doen’
Ik: Inwendig moet ik grinniken en zei: ‘papa vindt WhatsApp ook geen communicatiemiddel’. *
Zoon: ‘Ik dus OOK niet!’, zei hij vervolgens uit de grond van zijn hart, met zelfs zijn hand op zijn hart. ‘Ik gebruik die app ook niet, alleen die spam-appgroep uit mijn klas scroll ik af en toe door, maar ik reageer nergens op.’

* Niet zo lang geleden kreeg ik vanuit verschillende hoeken (vrienden, familie) weer eens de reactie (ja, dat was niet de eerste keer): ‘Jouw man reageert ook nooit op de app’. Nu is dit voor mij overigens geen nieuws hoor. Wij hebben thuis altijd het grapje dat als ik een app van Pascal krijg of als hij me belt, er iets aan de hand is. Maar goed, later gaf ik hem dit terug, waarop hij reageerde: ‘Voor mij is WhatsApp ook geen communicatiemiddel, ik kan daar niks mee’. Zo vader, zo zoon. 😉

 

Die avond

Tja, je bent coach of niet, sorry hiervoor. Moest ik dit natuurlijk toch eens duidelijk krijgen met man en zoonlief. En stelde ik vervolgens de vraag: ‘ Op welke manier moet ik dan iets in de app zetten om wel antwoord te krijgen?’. Waarop unaniem het antwoord kwam: ‘Niet dus’. Goed, terug in mijn hok. Laat ik nou net die app superhandig en praktisch vinden. Ik gebruik de app juist om iets in de ether te slingeren, zodat het uit mijn systeem is. Blijkt dat het in de gevallen richting mijn man en zoon, wel uit mijn systeem is, maar dat het helemaal niet in een ander systeem is gekomen ;-).
Kijk, dat verklaart een hoop!

 

Communicatie, hoe zit dat nu toch?

Ach, we weten natuurlijk allemaal dat we verschillende behoeften hebben als het gaat over communicatie. Niet gezegd dat dit daarom dus makkelijk is, zo blijkt maar weer uit bovenstaande. Om een klein beetje helderheid te scheppen, hierbij een (op Human Dynamics gebaseerd) overzicht om de communicatie een stapje verder te helpen. De communicatiebehoeften van mijn zoon en man (mentaal–fysiek) en mijn behoefte (emotioneel–fysiek), zijn dus heel verschillend…. Wat helpt jou het meest? Laat het vooral even weten.

 

Dit moet je van me weten in communicatie                                            

schema verschillen in communicatiebehoeften

* Ah, de manier waarop ik de app gebruik past hier niet zo lekker bij 😉


De reactie van mijn zoon

Toen mijn zoon lucht kreeg van dit blog, was zijn reactie: ‘mam, dit is gewoon privacyschending’ ;-). Op de vraag of ik het goed kon maken door zijn Instagramaccount door jullie te laten liken (‘zoon, weet dat dit blog wel door bijna 1000 mensen gelezen wordt hè’ –  hij zou zomaar in een keer zijn Insta-doel bereikt kunnen hebben) was zijn reactie: ‘Echt niet, ik voeg alleen mensen toe die ik ken’.

O.k., I’ve got it, maar toch bedankt zoon, dat ik dit voorbeeld mocht gebruiken!


Interessant? Je kunt ons vinden via www.verschilspecialisten.nl.

 

Wat is (de) waarheid?

Door: Helga van der Hart

Ok, dan gaat dit blog toch eindelijk over ons cluppie, mijn geweldige (tennis)vriendinnenclub van vijf. Want, ja ook wij verschillen van elkaar, dat blijkt wel weer.

Etentje
Stel je voor. Zaterdagavond, een gezellige thema wijnavond met ons cluppie en de mannen. We zitten met z’n allen gezellig te eten, stikt 1 van je vriendinnen bijna in een stukje biefstuk (eland, sorry). Zo bizar! Gelukkig traden een paar vriendinnen kordaat op, waardoor de avond een gezellig vervolg kreeg.

Evalueren
Een paar dagen later met elkaar op naar de bioscoop, een mooi moment om dit nog eens rustig in de auto te evalueren. De vraag aan een ieder was: Hoe heb jij dit in de dagen daarna beleefd?

Vriendin 1: Nou, ik dacht vooral, ik moet mijn EHBO weer eens opfrissen.
Vriendin 2: Ik heb het in de dagen daarna vooral veel gedeeld met anderen, dat helpt altijd.
Vriendin 3: We hebben het er die avond met elkaar nog over gehad, dat was voor mij genoeg. Bovendien was ik zondag druk, had ik er misschien in mijn hoofd ook geen ruimte voor.
Vriendin 4 (van de biefstuk): De dagen daarna drong het eigenlijk pas echt tot me door, vooral toen ik het deelde met anderen en hun reactie hierop merkte.
Vriendin 5 (dat ben ik): Ik sluit me aan bij vriendin 2 en als ik eraan dacht emotioneerde het me behoorlijk.
Heerlijk toch, de verschillende manieren waarop je gebeurtenissen verwerkt en wat je er vervolgens mee doet? In de praktijk is dit soms best eens lastig. Er is geen goed of fout, maar het is wel anders. Zo krijg ik van mijn lieve man (mentaal–fysiek) in een discussie weleens het verwijt: ‘jij hebt je feiten niet op orde’ ?. Nee, dat klopt, maar voor mij is mijn gevoel een feit ?. Wie herkent dit?

Voor de insiders
Bij welke dynamiek vind je deze typische uitspraken het meeste passen? Welnu, hier dan het antwoord:

V1: fysiek-mentaal

V2: emotioneel-fysiek

V3: fysiek-emotioneel

V4: emotioneel-fysiek

V5: emotioneel-fysiek

Tijdens een weekend weg hebben mijn vriendinnen zelf ontdekt en geanalyseerd in welke dynamiek zij zich herkennen. Geen sticker van mij dus, maar zo waardevol in onze vriendschap om dit soort verschillen van elkaar te weten en dit ook echt te begrijpen. Dit gun ik iedereen.

Competitie
Ok, nog een voorbeeld hoe deze verschillen werken in ons competitieteam. V3 bedenkt op tijd dat we ons moeten inschrijven, zij verzorgt dit en regelt ook altijd het speelschema. Zij weet ook als geen ander bij welke club we al hebben gespeeld, zij herkent de tegenstanders en weet ook altijd precies de stand in elke game (heel handig, want zij is mijn dubbelpartner ?). Ze is onze betrouwbare rots in de branding. V1 is de meest praktische van ons, zij zoekt de nodige informatie op en bedenkt hoe lang we erover rijden. Ze is onze praktische oplosser en hakt knopen door. V4 is onze Brabo en EF-er, zij zorgt voor de goede sfeer met de tegenstanders en legt ook met andere teams gezellige contacten. V5 (ik dus) moet even een knop omzetten en doe met haar mee. En V3 kijkt het even aan, maakt grappen, port en prikt wat en komt behoorlijk assertief uit de hoek. Deze laatste drie zou je de warme verbinders kunnen noemen.

Ik ben benieuwd: hoe werken deze verschillen in jouw vriendenclub? Hieronder in een tabel een geheugensteuntje.

Lieve meiden, bedankt voor jullie vriendschap en inspiratie om dit blog te schrijven, viel het mee?


Hoe werkt het geheugen bij de verschillende dynamieken?
Geheugen dynamieke

Wil je met me spelen?

Door Mara Lammertzen

Wat vond jij toen je klein was het belangrijkste als je vrienden wilde maken? Waar hecht jij ook nu nog belang aan als je met iemand connectie maakt?

  1. Gezellig en persoonlijk contact?
  2. Een prettige verstandhouding op basis van wederzijdse waardering?
  3. Samen in beweging zijn, activiteiten doen (praten komt later)?

Ja, drie opties. Denk daar vast eens over na.

‘Joh, ga gewoon lekker meespelen, ze bijten niet!’ ‘Dat is toch niet zo erg als je iemand niet kunt verstaan?’ Poeh. Wel erg. De ‘kinderen zijn zo makkelijk in vrienden maken’-vlieger gaat maar voor een klein aantal kinderen op. Weet jij nog hoe jij vrienden maakte? Ik wel. Daar stond ik dan, paps en mams die de tent op proberen te zetten (die zijn nog lang niet klaar). Ik en mijn broertje (te klein, te saai), overgeleverd aan de vriendschapsgoden. Ik loop schuchter en lekker nep-laconiek in een straal van 50 meter rondom ‘onze plek’ met weinig succes steentjes weg te schoppen, intussen oogcontact zoekend met de buren en verlegen weer wegkijkend. In de vurige hoop dat er ergens een leuk meisje van mijn leeftijd haar hoofd uit een tent steekt en naar me lacht met een uitnodigende blik: ‘Hallo! Wil je met me spelen?’ Groeiend ongemak, ja, doffe pijn in mijn buik als dat moment niet komt. Durf ik naar ‘het veldje’ te gaan, waar we net langs reden? Met al die rennende kinderen die elkaar allemaal al kennen? Mmmmmmmiscchien morgen. Of als mijn vader meegaat. Zucht. Dan ga ik nu die stomme tekening wel afmaken in de auto. Met de deur open, voor het geval dat dat meisje toch nog komt… want anders durft ze misschien wel niet hallo te zeggen.

Relationeel: persoonlijke verbinding
Ik hou mezelf voor dat ik altijd zo makkelijk was in contact leggen als nu. Voor wie mij kent: ik heb de emotioneel-fysieke dynamiek: die van de ‘warme verbinder’. Maar contactgericht zijn betekent niet dat ik er altijd al zo bedreven in ben geweest om mensen aan te spreken. Het zegt eigenlijk alleen maar dat ik heel veel behoefte heb aan persoonlijke connectie. Hoe die connectie tot stand komt, of uitblijft, of –stel je voor!- verbroken wordt wanneer ik het niet verwacht… dat is dus die buikpijn. Het moet ontstaan, en tot die tijd is het uithouden. Zoeken in niemandsland. Forceren doen we al helemaal niet, want dan is het te ‘gemaakt’. Want wat denkt die ander dan wel niet van mij. Hoe lekker ik me voel bij contact leggen hangt dus wel af van de ‘juiste’ voorwaarden. Aan de andere kant: wanneer iemand voelbaar om contact verlegen zit ben ik de eerste die ‘het nieuwe meisje in de straat’ aan een lief bedoeld kruisverhoor onderwerpt: ‘Hoe heet jij…? Wat heb jij…? Waar woon jij…? Wat doe jij?’ Vanaf dat moment waren we –tot op de dag van vandaag– onafscheidelijk.

Auw…
Ik kwam tot deze conclusie nadat ik deze vakantie met grote bewondering heb gekeken naar hoe kinderen ‘dat doen’. Mijn dochter Saar, die zó op mij lijkt, en kinderen met een andere aanvliegroute. Zó’n verschil in focus en behoeften. Dat leidt dus ook echt tot heel andere manieren waarop vriendschappen tot stand komen en inhoud gegeven worden. Saar had deze zomer het ultieme geluk dat twee van haar beste vriendinnen (die ze ‘buurzusjes’ noemt) om de beurt mee mochten naar onze vaste stek in op de camping in de Ardennen. Ha! Op vriendjesgebied twee weken ‘kat in het bakkie’. Maar die derde week… na een hartverscheurend afscheid was die stoere meid veranderd in een zielig vogeltje. De bekende overbuurmeisjes waren er niet, en als je al die tijd alleen als twee-eenheid over de camping hebt gestruind, wat moet je dan? ‘Mama, ik wil zo graag een vriendin. Ga je met me mee? Blijf je bij me? Neeeeee, niet weggaan! Ik durf niet. Straks zeggen ze nee.’ Als ze vervolgens door een groter meisje aan de hand genomen wordt om mee te doen met verstoppertje, dan stráált ze. Haar moeder nodigt haar uit om in de tent te komen spelen, en dan is het hek helemaal van de dam. ‘Ga maar hoor mam!’ fluistert ze me toe. ‘Toen ze me vroeg of ik wilde komen kletsen mama, dat vond ik het fijnst!’ ’s Ochtends is het eerste wat ze wil ‘naar dat lieve meisje toe’. Het verdriet is ondenkbaar groot als het meisje haar kleine stalker uiteindelijk maar eerlijk opbiecht dat Saar te klein is. Het contact wordt, terwijl ze wagenwijd openstond, met een paar woorden afgekapt. De rest van de week is ze op haar hoede, en maakt ze ‘saaie’ tekeningen bij mij aan tafel. Zo is het leven, maar oh, wat voel ik haar.

Fysiek: samen dóen
Natuurlijk heb ik ook Saar’s fysiek-mentale vriendinnetje (de ‘strategische oplossers’ onder ons) gevraagd naar haar behoeftes in vriendschap. Zij vindt het het fijnst als kinderen (liefst 1 of 2) haar vragen of ze ergens aan mee wil doen, buiten. Het sleutelwoord hier is ‘samen doen’. Van daaruit kan er langzaam meer persoonlijk contact worden gelegd, maar dat is helemaal niet per sé noodzakelijk. Wel vormen fysiek-mentale kinderen door het samen doen vaak vriendschappen voor het leven, waar het als belangrijk wordt ervaren dat vrienden ‘authentiek’ en net zo trouw zijn en afspraken nakomen. Praten over gevoelens en gedachten is geen eerste behoefte: er moet echt ruimte voor worden gemaakt in hun hoofd (en in hun planning).

Sociale vaardigheden in ontwikkeling
Als je iets weet over het zogeheten ‘derde principe’, dan weet je dat iedereen tegen een specifieke set uitdagingen aanloopt. Bij fysiek-mentale en mentaal-fysieke mensen zijn dat uitdagingen op het contactuele vlak. Uiten van gevoelens, contact maken, etc. Mooie ontwikkeling is dat Helga en ik tegenwoordig steeds meer kinderen met de fysiek-mentale en mentaal-fysieke dynamiek zien die zich sociaal veel makkelijker bewegen dan de ‘oudere’ generatie. Niet zo gek als je je bedenkt dat de huidige generatie van jongs af aan vaker uitgedaagd wordt om hun sociale vaardigheden te ontwikkelen, samen te werken. Dit heeft zijn weerslag op de mate waarin de sociale flexibiliteit geoefend wordt. Vroeger waren de scholen een oase voor deze kinderen. Stilte, orde, overzicht, regels en regelmaat, luisteren, tafeltjes in een rijtje. Maar ze werden ook niet uitgedaagd om zich op sociaal vlak te ontwikkelen. Dat kwam later pas, als ze een vriendje of vriendinnetje kregen 😉

Mentaal: een goede verstandhouding
En ook al heb je al veel geleerd in het contact maken en persoonlijk zijn met anderen, de natuurlijke focus op logica en overzichtelijkheid verandert daarmee niet. Ook dat zie je terug in vriendschappen. Helga’s zoon – mentaal-fysieke dynamiek: ‘de objectieve visiemaker’ – heeft op vakantie altijd twee dingen nodig om vrienden te maken. Zijn voetbal en een voetbalveld. Hij heeft op die manier in no time een groep verzameld waarmee hij hele dagen door kan brengen. Lekker je eigen ding doen met gelijkgestemden. En wanneer hij hoort dat de voetbalmaatjes over een paar dagen weer gaan vertrekken, dan zoekt hij ze al snel niet meer op. Niet omdat hij het naderende afscheid moeilijk vindt. Nee, hij wil gewoon voetballen, en dus verlegt zijn focus dan alvast naar andere potentiële voetbalmaatjes. Geweldig toch?

Verschillen in je gezin
Wist je dat de meesten van ons dezelfde persoonlijkheidsdynamiek hebben als een van hun ouders? Dat verklaart ook mede waarom kinderen in een gezin soms zo ongelooflijk verschillend zijn. Bijvoorbeeld in de contactbehoefte. Ik zie het bij vriendinnen met een fysiek-mentale of mentaal-fysieke partner én idem kind. Contact en verbinding ziet er dan heel anders uit dan wat jij misschien op dat vlak verwacht (lees: nodig hebt). ‘Hij vertelt nooit wat uit zichzelf. En als ik hem dan vraag naar hoe hij zich voelt dan haalt ‘ie z’n schouders op. Ik weet helemaal niet wat het nou echt met ‘m doet.’ Of misschien heb je een kind dat juist heel graag, veel en vaak wil praten over zijn of haar gevoel, en is dat niet jouw sterkste punt om daar ruimte voor te bieden. Hoe dan ook, het is soms verrekte moeilijk om jouw eigen kwaliteiten en ontwikkelpunten los te zien van de wensen en hoop die je hebt voor je kind(eren). Zoals inderdaad het ontwikkelen van het relationele stuk wanneer ze dat niet van nature lijken te doen. De verleiding is groot om hen constant te bevragen op hun gevoelens en emoties (want je gunt het ze ook, hè). Logisch, ook. Maar dat soort ontwikkeling heeft jaren, soms decennia nodig. En heus, ze komen er wel. Trust the process. Het is al fantastisch als ze een ouder hebben die hen kennis laat maken met een andere werkelijkheid. Voer voor een volgend blog… 😉

Dat brengt me op een idee: heb je een vraag of valt je iets op over verschillen in jouw klas, je gezin, je relaties, en wil je daar wel eens in de vorm van een blog meer over lezen? Laat een reactie achter of mail me even: mara@verschilspecialisten.nl.

Meer doen met Human Dynamics? Er is heel veel mogelijk. We denken graag met je mee!

 

Samenwerken, leuk of frustrerend?

Door Helga van der Hart

Om handen en voeten te geven aan onze ideeën hebben we, Mara en ik, ons een weekend op een woonboot opgesloten. Heel vervelend ;-). Teksten schrijven voor onze nieuwe site verschilspecialisten.nl (nog even geduld, bijna live), visie schrijven, missie verwoorden en verbeelden, brainstormen over een inspirerende gadget, visitekaartje, nieuwe banners, filmpje maken… Tot zo ver heerlijk!

Druk op de ketel
Toen kwamen de uren dat we ‘echt aan het werk moesten‘. Feedback geven op de website, teksten schrijven, een slogan verwoorden. Aan onze ideeënstroom ligt het niet, maar we lopen vast op hetzelfde: we hebben niet het perfecte antwoord (oh ja, ook zo’n ding, het kan altijd leuker en beter). Het gevolg? Het werk schiet voor geen meter op, de tijd tikt weg, irritatie ligt op de loer. In samenwerking is het vaak irritant als je elkaar niet begrijpt, maar minstens zo irritant is het als je samen niet verder komt, dat hadden wij dus ;-). En dan is het wel makkelijk om je te ergeren aan de ander, terwijl je zelf op precies hetzelfde vlak ook tekort schiet. Of positiever gezegd, je kwaliteiten op een ander vlak liggen.

Afstand
Maar een wijntje, een nacht slapen en dus even afstand nemen doet wonderen. Gelukkig realiseren we ons dat het geen zin heeft om zo verder te gaan (ja, ja) en hebben we onze werkzaamheden gesplitst. Over het algemeen zitten we op één lijn, dus dat geeft vertrouwen. Aangezien Mara meer van de creatie is en ik iets meer praktisch ben ingesteld, raad je al hoe de rolverdeling de volgende dag is ;-). Mara aan de slag met een gadget en visitekaartje, ik dus verder met die site. Zo, allebei weer blij.

Samenwerken
Samenwerken. Echt zo’n ding dat heel goed kan gaan, maar ook heel frustrerend kan zijn. Wat ons heeft geholpen is dat we weten  op welk vlak onze ontwikkeling ligt. In de praktijk is dit best conflicterend: om verder te komen, moeten wij afstand nemen (wat is belangrijk, beslissen op hoofdlijnen, objectiviteit aanbrengen, verantwoordelijkheid op de juiste plek), terwijl we ook dingen af willen krijgen. Dus nee, die afstand creëren lukt ons echt niet gelijk. Bovendien moet je dan eerst hardop aangeven dat het proces frustreert en dat doen we ook niet graag. Voor de insiders: we herkennen ons in de emotioneel–fysieke dynamiek. We hebben dus veel nieuwe ideeën, zijn creatief, zijn praktisch ingesteld, maken graag dingen (mooi) af en we vinden een goede relatie ook belangrijk.

Ontwikkeling
Om een samenwerking of jezelf in een stresssituatie verder te brengen helpt het om jezelf vragen te stellen die horen bij de groep kwaliteiten waarover je van nature minder beschikt, je ‘derde principe’. Bij ons is dit duidelijk de eerste groep, mentale kwaliteiten. Die andere 2 groepen zetten we van nature in. Wat helpt jou verder in zo’n proces? Is dat het bewust ‘aanzetten’ en inzetten van mentale, emotionele of fysieke kwaliteiten? Ik ben benieuwd!

 

Beetje autistisch, of gewoon niet zo contactgericht?

Door Mara Lammertzen

‘Ik ben daar een beetje autistisch in’. Ik kan zo een handvol mensen opnoemen die dat regelmatig roepen. Sommigen als grapje, anderen bloedserieus. Ik ben dan ook benieuwd hoe jij jezelf ‘scoort’ op de bekendste kenmerken van autisme. En kijk vooral ook eens naar hoe je vroeger als kind was. Komt ‘ie.

  • Moeite met contact maken
  • Realiseert zich vaak niet wat de drijfveren van de ander zijn, weinig inlevingsvermogen
  • Er valt weinig emotie van het gezicht af te lezen
  • Minder sterk in het aangaan en onderhouden van vriendschappen en relaties
  • Houdt niet van geklets over ditjes-en-datjes, beperkt communicatie tot essentie / doel
  • Hoort niet altijd alles wat er gezegd wordt en vergeet dingen die de interesse niet hebben
  • Sterke behoefte aan routine en regelmaat
  • Sterk vasthoudend aan eigen planning, raakt van slag als deze door anderen verstoord wordt
  • Brengt graag veel tijd alleen door
  • Kan helemaal opgaan in een bepaalde activiteit of hobby, op het obsessieve af

Herken je jezelf in meer dan 5 punten? Of iemand uit je omgeving? En ben je dan ook meteen een autist…? Dat dacht ik dus niet. Want deze schijnbare ‘tekortkomingen’ zijn heel herkenbaar voor mensen met een fysiek-mentale en mentaal-fysieke persoonlijkheidsdynamiek. Zeker wanneer het emotionele (relationele) principe relatief onderontwikkeld is, bijvoorbeeld omdat iemand nog jong is, is er nog weinig balans in de dynamiek. Dus wanneer je van nature minder sterk bent in relationele vaardigheden, zijn deze kenmerken niet meteen iets om je zorgen over te maken. Het kan namelijk ook gewoon zijn dat bij jou het emotionele principe op de derde plek staat en dus je ontwikkelrichting is. Sterker nog, het zijn – okee, in het contact met anderen soms wat onhandige – verschijningsvormen van hartstikke waardevolle kwaliteiten. Zoals doelgerichtheid, structuur, efficiëntie, focus. Vooropgesteld: ik betwist het bestaan van autisme als ontwikkelingsstoornis niet. Wat ik wel denk, en zie in de praktijk, is dat er behoorlijk aantal kinderen onterecht met een stempel ‘stoornis in het autistisch spectrum’ (ASS) rondlopen. Of mensen die zich ‘enigszins autistisch’ voelen omdat ze dat wel eens van anderen horen.

Philips en de liefde voor techniek
‘‘Autisme komt bij kinderen in de regio Eindhoven opvallend vaak voor. Dit blijkt uit onderzoek van de universiteit van Cambridge (Baron-Cohen, 2011). Kinderen in Eindhoven en omgeving lijden volgens de Britse onderzoekers drie tot vier keer zo vaak aan autisme als leeftijdsgenoten in de omgeving van Haarlem en Utrecht*.’’

Baron-Cohen verklaart dit zo. ‘Mensen die goed zijn in een technisch beroep, scoren meestal hoger op een karaktertrek die hij systeemdenken noemt. Systeemdenkers houden van logisch redeneren en zijn meer rationeel dan emotioneel en empathisch. Allemaal trekjes die iemand met autisme ook heeft.’

Dankzij Philips trekken er al sinds 1891 mensen met een technische achtergrond naar Eindhoven. In de stad heeft dan ook dertig procent van de banen iets te maken met techniek, en de regio werd door een internationale denktank uitgeroepen tot de slimste regio ter wereld. Niet zo vreemd dat er een opvallend hoge concentratie ‘systeemdenkers’ te vinden is.

Voor de Human Dynamics-kenners onder ons: systeemdenken – het ‘denken in gehelen’ – is een typische kwaliteit van het fysieke principe. Logisch kunnen redeneren is een kwaliteit van het mentale principe. Zouden sommige autistische kenmerken niet een kwestie van ‘gewoon weinig E’ kunnen zijn? Dat houdt mij dus bezig.

Het betreft hier dynamiekgerelateerd gedrag dat logisch te verklaren is vanuit wat we weten over de ontwikkeling van het 3e principe. Het gaat hier om vaardigheden waar je extra moeite voor moet (blijven) doen gedurende je leven. Bij sommige kinderen (en volwassenen) kan dit leiden tot gedrag dat als ‘afwijkend’ of weinig sociaal wordt ervaren – vooral door mensen met een andere persoonlijkheidsdynamiek. Mara Lammertzen-Kuiper, 2015

 

1 + 1 = 3(e principe)?

Okee. Stel nou dat je ouders – beide met de fysiek-mentale dynamiek, meestal geen typische ‘kroegtijgers’ – elkaar ontmoet hebben op de Technische Universiteit. Of in het lab bij Philips. Dan is het aannemelijk dat je als kind niet alleen dezelfde dynamiek hebt**, maar van huis uit ook minder hebt meegekregen van het emotionele principe. Aspecten van jouw 3e, van nature minder ontwikkelde principe, waarvoor je extra moeite moet blijven doen in je leven. Net als je beide ouders. Dingen als contact maken en onderhouden, over je gevoelens praten, flexibel zijn bij veranderingen, verbinden van mensen zijn dan geen dagelijkse kost voor je. En wanneer er hierop in je gezin ook weinig beroep wordt gedaan, puur omdat de natuurlijke focus en behoefte niet bij aspecten van het emotionele principe ligt, duurt het nog langer voordat je je zult ontwikkelen op dit gebied. Helemaal niks mis mee, iedere persoonlijkheidsdynamiek heeft een groeirichting. Maar een kind met ‘autistische kenmerken’ komt dus niet uit de lucht vallen.

Tegenwoordig zijn de verwachtingen hoog als het gaat om sociale en samenwerkingsvaardigheden. Als mentaal-fysiek of fysiek-mentaal kind, en zeker als je nog weinig vlieguren hebt gemaakt in de ontwikkeling van je 3e principe (emotioneel), zal het niet meevallen om te kunnen voldoen aan deze verwachtingen.

Wil jij hierover meepraten? Onderaan dit bericht kun je je reactie kwijt. Dank!

* De onderzoekers bestudeerden in totaal 62.000 kinderen. Ze vergeleken het aantal kinderen met autisme in Eindhoven met het aantal kinderen met autisme in Utrecht en Haarlem. Ze ontdekten dat in Eindhoven vier keer meer kinderen met autisme voorkomen. De onderzoekers keken ook naar het aantal kinderen met ADHD en dyspraxie. Dit bleek zowel in Utrecht, Haarlem als Eindhoven even vaak voor te komen.

** Human Dynamics-grondleggers Sandra Seagal en David Horne hebben sterke bewijzen gevonden dat een persoonlijkheidsdynamiek aangeboren is. Sterker nog: het is bij sommige baby’s al te zien. In mate van oogcontact, behoefte aan fysiek contact, etc. Er is ook ‘vintage’ videomateriaal waarop je prachtig het verschil in focus kunt zien tussen een fysiek-mentale en een emotioneel-fysieke baby, om een voorbeeld te noemen. Nog interessanter wordt het als je weet dat een persoonlijkheidsdynamiek genetisch bepaald is. Soms slaat een persoonlijkheidsdynamiek een generatie over, maar over het algemeen zul je de dynamiek van een van je ouders hebben. 

Heb je nu alweer een nieuw idee? Doe ff rustig joh!

Door Helga van der Hart

Ken je (of ben je 😉 ) iemand die het heerlijk vindt om te discussiëren met anderen, out of the box kan denken, veel nieuwe ideeën oppert, houdt van directe communicatie, een hekel heeft aan dingen afmaken en die associatief en toekomstgericht is?

Businessclub
Nou ik ben er niet zo eentje, maar laatst op de business club waren er heel veel van ‘dat soort’. Je kent ze wel, ‘van die types’ met veel handgebaren, druk discussiërend, ogen waar de energie uit knalt en vaak goed verzorgd, heerlijk om te zien. Zo herkende ik de directrice van een grafisch bureau en ook de directeur van een call center direct hierin. Oké, voordat ik verder ga, moet ik even iets bekennen. Van nature ben ik altijd een beetje bang voor dit soort mensen, ze hebben zo’n grote voorwaartse energie, veel nieuwe ideeën en drive, dat ik ze bijna niet kan bijhouden. Ik heb namelijk niet de tijd om even te levelen op gevoelsniveau (voor mij best essentieel). Voordat ik in gesprek ga, moet ik me echt even voorbereiden op hun snelheid van praten, op het brainstormen, de vele nieuwe ideeën en schakel ik mezelf een tandje bij. Als me dit lukt, dan vlieg ik lekker met ze mee.

Werkgever
Jaren geleden bij mijn werk op de bank hadden we een directeur met deze mooie set kwaliteiten. Broodnodig voor wat voorwaartse en positieve energie in moeilijke tijden. Had ik toen maar geweten wat ik nu weet… Want ik kon me best wel laten overbluffen door zijn directe manier van communiceren, zijn snelheid van denken en energie. Vandaar onderstaande tabel (een afgeleide van het kernkwadrant) met tips voor mensen die misschien ook wel een leidinggevende, een collega, een klant of  een partner of kind hebben die ze hierin herkennen. En zeker ook bedoeld voor mensen die zichzelf hierin herkennen. De eerste vier blokken van de tabel betreffen de glansrollen, dwaalsporen, balansbrengers en energievreters van deze groep. In de twee blokken daaronder kun je lezen wat deze groep prettig vindt als het gaat over samenwerken en wat ze lastig vinden.

NB: In Human Dynamics – termen herkent deze groep mensen zich in de emotioneel-mentale dynamiek, afgekort EM. Deze afkorting wordt gebruikt in de onderstaande tabel.

schermafbeelding-2016-11-28-om-15-10-35

 Zijn ‘ze’ dan perfect?

Is dan alles perfect, hoeft deze groep mensen zich dan niet te ontwikkelen, moeten wij ons altijd aanpassen hoor ik je bijna vragen? Nee, natuurlijk niet. Heb je je wel eens afgevraagd op welke manier deze groep mensen jou kan helpen? Hierbij een kleine greep; ze proberen graag iets voor je uit, met enkele argumenten zijn ze snel op stoom, met een out of the box-idee kunnen ze je een nieuwe invalshoek geven, ze zijn recht door zee en geven graag complimenten. Hierbij enkele TIPS voor mensen, die zich in bovenstaande tabel herkennen, t.a.v. hun eigen ontwikkeling:

  1. Luister wat vaker naar signalen van je lichaam, dat wordt nog wel eens vergeten
  2. Zet je out of the box – denken in bij moeilijke situaties, heel waardevol!
  3. Werk een goed idee eens uit (snel voordat je weer een nieuw idee hebt 😉
  4. Heb een beetje geduld, bedenk dat andere mensen soms bedenktijd en praattijd nodig hebben
  5. Kijk ook eens achterom wanneer je voorop loopt: is iedereen nog betrokken?
Oplossingsgerichte benadering

Oplossingsgericht kijken: ben jij een Goedzoeker?

Door Mara Lammertzen

Goed zoeken is nog niet zo simpel. Of je nou voor de klas staat, of in je dagelijkse leven meer positieve vibes zoekt. Of je zorgen maakt over hoe onze maatschappij zich ontwikkelt. We doen collectief ontzettend ons best om ‘het goede’ te zien in de manier waarop anderen dingen doen, hoe ze reageren, beslissen, leven. Ergernissen overstijgen, tolereren van anders zijn. Allemaal leuk tot op zekere hoogte, maar intussen snap je er de ballen van. En dan houdt het zoeken alweer op.

Goed zoeken vraagt van je dat je de bril van je eigen verschil even afzet. Niet om voorbij te gaan aan wat jij belangrijk vindt, maar om je probleemanalyse en actieplan even te parkeren en te kijken wat er wél is. Aan kwaliteiten. Aan motivatie, mogelijkheden, andere ingangen om contact te maken. Die ander wil ook gewoon lekker samenwerken, bijvoorbeeld. Wil ook graag vooruit. Gelukkig zijn. Groeien.

Oplossingsgericht versus Probleemgericht
Als je iets weet van verschillen in behoeften – en dat doe je, anders lees je dit blog niet – dan heb je sowieso ‘goud’ in handen. Maar die verschillen in hun kracht zetten is weer een heel ander verhaal. Een mooie invalshoek die we veel gebruiken is de oplossingsgerichte benadering. In coaching en in trainingen.

In het kort: oplossingsgericht denken is het tegenovergestelde van probleemgericht denken. En omdat we met z’n allen echte probleemoplossers zijn, denk je nu misschien: mwoh, dat heb ik wel in het snotje, dat oplossen. Open deur? Toch niet. Let op.
Oplossingsgerichte versus probleemgerichte benadering
De oplossingsgerichte benadering – of het nu gaat om kinderen of volwassenen – gaat ervan uit dat ieder van ons een onuitputbare krachtbron in zich heeft met een grote hoeveelheid hulpbronnen. Kwaliteiten die (nog) te weinig actief bekend zijn of gebruikt worden, of waarmee het contact verloren is gegaan. Kwaliteiten die – ook nog eens overschaduwd door demotivatie, storend gedrag, etc. – vaak niet door jou en/of anderen gezien worden. Laat staan dat je ze bevraagt en activeert.

Complimenten
En dat is nou zo leuk aan oplossingsgericht werken. Door te focussen op wat iemand al wél kan en dat nadrukkelijk te waarderen groeit het zelfvertrouwen. Door (gemeende!) complimenten te geven in plaats van waarschuwingen groeit de intrinsieke motivatie en ontstaat een goed gevoel. Een van de mooiste bijkomstigheden van waarderend omgaan met verschillen is dat je steeds makkelijker kwaliteiten kunt waarnemen die minder goed als krachtbron te herkennen zijn. Simpelweg omdat je zelf zo’n compleet ander beeld hebt van wat ‘goed werkt’ in communicatie, leren, (samen)werken. Dat ziet de ander toch heel anders. Mooi toch, als je daar ruimte voor kunt bieden?

Loslaten
En het is gewoon hartstikke moeilijk om je goede raad en adviezen voor je te houden. Toch gaat het er in de oplossingsgerichte benadering om dat de ánder in oplossingen gaat denken. En dan is het de kunst om de ‘controle’ een beetje te laten vieren. Vertrouwen te hebben in de krachtbron van de ander, en zijn of haar eigen natuurlijke behoefte aan beweging. Zo kan diegene zelf nadenken over het eerstvolgende kleine stapje om dichterbij het doel (de oplossing van een probleem) te komen. En zadel je hem of haar niet op met een misschien onmogelijke opdracht die jij met al je goede bedoelingen bedacht hebt.

En nu jij?
Om in de oplossingensfeer te blijven: oplossingsgericht denken is stap één, oplossingsgericht werken stap twee. Dus bedenk eens: waar sta je zelf op dit moment met betrekking tot ‘denken in kansen en mogelijkheden’? Wat gaat er misschien al wel vanzelf? Hoe voelt dat? Hoe zou je dit nog meer kunnen gaan doen? Hoe ziet dat eruit? Welke eerste stap kun je daarin zetten?

En als je nou denkt: ik moet eerst een training volgen bij Helga en Mara om dit te kunnen: dat kan natuurlijk 😉  Maar je hoeft echt geen oplossingsgericht expert te zijn om mensen, kinderen op hun eigen kracht en eigenaarschap te kunnen wijzen. Wat iemand goed kan, vindt ‘ie zelf vaak niet eens zo bijzonder. Als je je energie besteedt aan het stellen van de juiste vragen kun je je concentreren op de interactie en het proces. Fantastisch hulpmiddel als je met kinderen werkt en/of leeft, ook.

Laat je in de reacties weten wat deze manier van werken voor jou oplost? Top!

Zit niet zo te dromen

Door: Helga van der Hart

Ken je dat? Samen hetzelfde nieuws kijken, maar dat je niet hetzelfde hoort?

Nou ik wel… Een hele enkele keer belanden manlief en ik ‘s avonds op de bank om om 20.00 uur het nieuws te kijken (zoals mijn ouders dat vroeger ook deden ;-)). Na een paar nieuwsitems zegt Pascal: ‘ Dat is toch ook vreselijk ‘. Ik denk dan, ehhh, waar ging het item eigenlijk over, ik ben dan nog bezig met het verwerken van het eerste item, of mijn plannen van de volgende dag of….. je kan het zo gek niet bedenken. Terwijl ik daar toch echt zit om het nieuws te bekijken, ben ik als volwassen vrouw niet in staat om gedurende 15 minuten mijn aandacht vast te houden grrr (en nee, ik heb toch echt geen ADD of een andere stoornis :-)).

School
Ik moet dan vaak denken aan de vele leerlingen op school die tijdens de lessen moeten luisteren naar instructie (of erger nog naar een lezing) en bij wie het onvoldoende lukt om de aandacht vast te houden, je kent ze vast ook wel, of misschien herken je jezelf.

Zelf heb ik dit ook meegemaakt tijdens met name mijn middelbare school periode. Aardrijkskunde en Geschiedenis waren voor mij een ramp, 50 minuten lang naar verhalen luisteren (terwijl er allemaal mooie kunstwerken aan de muur hingen, bovendien riepen die verhalen weer andere verhalen op, afleiding ten top). Ik weet nog goed dat mijn lieve aardrijkskunde leraar regelmatig zei: “ Helga, dat is nu al de derde keer dat je naar de muur kijkt, zit niet zo te dromen “. Wat voelde ik me ongelukkig… Of die verdraaide luistertoetsen, dat dan de piep gaat en dat je denkt, oeps, geen idee wat er is gezegd (maar wel lekker veel bedacht)… Dit was duidelijk niet mijn manier van leren, in de lessen wiskunde, economie en handel deed ik het gelukkig veel beter, kon ik lekker aan de slag, alleen of in kleine groepen, heerlijk! Dit is ook 1 van de thema’s die wij met regelmaat mogen begeleiden op scholen, differentiëren binnen de les met als resultaat leerlingen optimaal te laten leren en hierdoor presteren.

Positieve keerzijde
Ben ik snel afgeleid? Ja dus, laten we het multifocus noemen. Brainstormen en associatief denken met een leuke groep mensen kan ik als een malle, van idee naar idee, heerlijk! (emotionele centrering)Daar houdt mijn man dan weer niet van. Eerst nadenken voordat je iets zegt, wat je zegt moet kloppen (mentale centrering).
Pffff… Ken je dan helemaal geen focus en rust, hoor ik je bijna denken? Jawel hoor, in vooral mijn werk en in gesprek met vrienden word ik hier zelfs op gewaardeerd, al zeg ik het zelf ;-).

Vanavond weer het nieuws kijken?
Kijken Pascal en ik vanavond weer samen naar het nieuws? Nee, ik dacht het niet. Ondanks onze verschillende manieren van denken en informatie verwerken, houden we allebei niet van de vele negatieve nieuwsitems (lange leve nu.nl). Hij omdat dit zijn diepere waarden raakt, laten we waarderend omgaan met elkaar en ik omdat ik van de nare beelden niet zo lekker kan slapen (en nee ik ben ook niet hoogsensitief). Vanavond ga ik dus gewoon als Helga (zonder etiketje), lekker tennissen met vriendinnen, heerlijk!