Kerst, leuk of gedoe?

Door Helga van der Hart

Zo ziet kerst er bij ons thuis uit… 😉

Zo, de sint hebben we achter de rug, op naar de kerst. Hoewel dit proces voor sommigen al lang in gang is gezet. Zelf kreeg ik in oktober ook al de vraag; hoe gaan we het dit jaar doen met de kerst?

Dit blog gaat over het gezin waarin ik ben opgegroeid, dus ik hoop dat we dit jaar nog wel kerst met elkaar vieren, nadat ze dit hebben gelezen… ;-).

Kerst, eerlijk gezegd, al jaren best wel een beetje gedoe bij ons. Want hoe vieren we het nu, zodat iedereen zich erin kan vinden waardoor deze dagen relaxed en gezellig zijn, waar we niet opgepirkt hoeven te zitten, en er goed eten is.

Verschillende uitgangspunten

  • “ Moet geen verplichting zijn hoor “ ; aldus mijn vader (fysiek – mentaal) 
  • “ Ik pas me aan aan jullie “; aldus mijn moeder (emotioneel – fysiek) 
  • “ Ik zit er niet op te wachten hoor, kerst “; aldus mijn broer (emotioneel – mentaal) 
  • “ Zullen we dit jaar ook iets doen, zodat we elkaar niet de hele tijd hoeven aan te staren “; aldus mijn zus (emotioneel – fysiek)
  • “ Laten we het gewoon relaxed en gezellig houden en niet zo ingewikkeld doen “; aldus ik….. (emotioneel – fysiek

En juist deze verschillende uitgangspunten, maken een leuke kerst best ingewikkeld. En dan hebben wij nog niet eens een samengesteld gezin, heb ik schoonouders die elk jaar in het buitenland zitten, en laat ik voor het gemak de aangetrouwde kant er even buiten… 

Gelijk of gezeik?

De grote vraag is natuurlijk, wie heeft er nu gelijk, wie ziet er te zeiken en wie doet er water bij de wijn? Of is een betere vraag, wat zeggen de uitgangspunten eigenlijk over jou en wat zegt het over de behoefte van de ander? “ We don’t see things as THEY are, we see things as WE are “. Volgens mij geeft dit laatste de beste ingang om met dit soort verschillen om te gaan. Voor onze vaste lezers, er spelen natuurlijk heel veel verschillende processen bij dit soort dingen, en toch kun je ook best wel wat herleiden naar de verschillende behoeften per dynamiek. Voor een kleine inkijk, zie onderstaande tabel.

DynamiekBelangrijkste primaire behoeften in groepen
Mentaal – Fysiek Rust en overzicht
Mentaal – Emotioneel Inhoudelijk gesprek
Emotioneel – Mentaal Vooruitgang en ideëen uitwisselen
Emotioneel – Fysiek Interactie en gezelligheid
Fysiek – Emotioneel Gemoedelijke sfeer, samen aan iets werken
Fysiek – Mentaal Iets doen en behoefte aan duidelijk nut

NB: Natuurlijk bestaan er niet maar 6 verschillende behoeften, hier spelen uiteraard nog vele andere processen. En toch zullen veel mensen zich in 1 van deze behoeften het meest herkennen (of misschien herken je juist een ander, is vaak nog makkelijker ;-)).

Kerst bij de familie Treur

Na het vele jaren bij mijn ouders gevierd te hebben, wat natuurlijk super is, merkten we toch dat het niet die relaxte kerst was, zoals we het zouden willen hebben. Oh ja, had ik al gezegd dat er inmiddels 6 kleinkinderen zijn in de leeftijd van 5 – 13 jaar? En had ik al gezegd dat mijn familie redelijk direct is in de communicatie in de zin van: het eten is niet echt lekker? Deze ingredienten maakten het voor ons ook best een uitdaging. Dus hup, kerst verplaatst naar ons huis (ingericht op kinderen) en Pascal (mijn man) in de keuken, want dat is Jamie II. Dit was een aantal jaren een prima concept.

Kerst anno nu

Tot het moment dat mijn broer en zijn gezin kerst heerlijk gingen vieren in de sneeuw met vrienden (van mij heeft hij groot gelijk). Dus daar kwam weer de vraag: “ Wat zullen we met de kerst doen? “. Inmiddels genieten wij met de kerst al een paar jaar in het huis van mijn schoonouders, aan het bos en vlakbij het strand. En vieren mijn ouders en mijn zus met haar gezin, de kerst ook daar. Het bos in, een spelletje doen, lekker eten à la Jamie, helemaal prima. Hiermee wordt er behoorlijk voorzien in de verschillende uitgangspunten en behoeften. 

Kerstboodschap

Kerst, ik hou ervan, ik hou van de lichtjes, van de gezelligheid, de open haard, het lekkere eten en het samenzijn. Hoe je het ook viert en met wie je het ook viert? Ik wens jullie vanaf deze plaats vooral een kerst waarin we gewoon een beetje vriendelijk en lief zijn voor elkaar.

PS: De foto laat zien hoe één gekregen huisje, is uitgegroeid tot een serieus kerstdorp in ons gezin…. Wie is de aanjager? 1x raden, zie de tabel. Nope, fout, dit komt toch echt uit de koker van mijn man ;-). En gelukkig geniet het hele gezin mee!

Zit niet zo te dromen

Door: Helga van der Hart

Ken je dat? Samen hetzelfde nieuws kijken, maar dat je niet hetzelfde hoort?

Nou ik wel… Een hele enkele keer belanden manlief en ik ‘s avonds op de bank om om 20.00 uur het nieuws te kijken (zoals mijn ouders dat vroeger ook deden ;-)). Na een paar nieuwsitems zegt Pascal: ‘ Dat is toch ook vreselijk ‘. Ik denk dan, ehhh, waar ging het item eigenlijk over, ik ben dan nog bezig met het verwerken van het eerste item, of mijn plannen van de volgende dag of….. je kan het zo gek niet bedenken. Terwijl ik daar toch echt zit om het nieuws te bekijken, ben ik als volwassen vrouw niet in staat om gedurende 15 minuten mijn aandacht vast te houden grrr (en nee, ik heb toch echt geen ADD of een andere stoornis :-)).

School
Ik moet dan vaak denken aan de vele leerlingen op school die tijdens de lessen moeten luisteren naar instructie (of erger nog naar een lezing) en bij wie het onvoldoende lukt om de aandacht vast te houden, je kent ze vast ook wel, of misschien herken je jezelf.

Zelf heb ik dit ook meegemaakt tijdens met name mijn middelbare school periode. Aardrijkskunde en Geschiedenis waren voor mij een ramp, 50 minuten lang naar verhalen luisteren (terwijl er allemaal mooie kunstwerken aan de muur hingen, bovendien riepen die verhalen weer andere verhalen op, afleiding ten top). Ik weet nog goed dat mijn lieve aardrijkskunde leraar regelmatig zei: “ Helga, dat is nu al de derde keer dat je naar de muur kijkt, zit niet zo te dromen “. Wat voelde ik me ongelukkig… Of die verdraaide luistertoetsen, dat dan de piep gaat en dat je denkt, oeps, geen idee wat er is gezegd (maar wel lekker veel bedacht)… Dit was duidelijk niet mijn manier van leren, in de lessen wiskunde, economie en handel deed ik het gelukkig veel beter, kon ik lekker aan de slag, alleen of in kleine groepen, heerlijk! Dit is ook 1 van de thema’s die wij met regelmaat mogen begeleiden op scholen, differentiëren binnen de les met als resultaat leerlingen optimaal te laten leren en hierdoor presteren.

Positieve keerzijde
Ben ik snel afgeleid? Ja dus, laten we het multifocus noemen. Brainstormen en associatief denken met een leuke groep mensen kan ik als een malle, van idee naar idee, heerlijk! (emotionele centrering)Daar houdt mijn man dan weer niet van. Eerst nadenken voordat je iets zegt, wat je zegt moet kloppen (mentale centrering).
Pffff… Ken je dan helemaal geen focus en rust, hoor ik je bijna denken? Jawel hoor, in vooral mijn werk en in gesprek met vrienden word ik hier zelfs op gewaardeerd, al zeg ik het zelf ;-).

Vanavond weer het nieuws kijken?
Kijken Pascal en ik vanavond weer samen naar het nieuws? Nee, ik dacht het niet. Ondanks onze verschillende manieren van denken en informatie verwerken, houden we allebei niet van de vele negatieve nieuwsitems (lange leve nu.nl). Hij omdat dit zijn diepere waarden raakt, laten we waarderend omgaan met elkaar en ik omdat ik van de nare beelden niet zo lekker kan slapen (en nee ik ben ook niet hoogsensitief). Vanavond ga ik dus gewoon als Helga (zonder etiketje), lekker tennissen met vriendinnen, heerlijk!

Het derde principe: ’n kwestie van oefenen

Door Mara Lammertzen

Ik heb –gezien vanuit de Human Dynamics-theorie– de emotionele centrering. Dat houdt o.a. in dat de manier waarop ik informatie verwerk ‘associatief relationeel’ is. Ik herken me in de emotioneel-fysieke persoonlijkheidsdynamiek, om precies te zijn. Als het gaat om mijn denk- en handelingsprocessen kun je het van de hak op de tak noemen, of ongestructureerd. Dat klopt. Ik noem het multifocused en verbindend. Ik kan meerdere gesprekken volgen of dingen doen en ook nog geïnteresseerd met mijn eigen gesprekspartner de diepte in gaan. En dan is het ook nog eens zo dat er altijd eerst een split second is waarin er een linkje wordt gelegd met ‘hoe staat dit (deze opmerking, dit object, deze kennis, etc.) in relatie tot mijzelf en wie ik ben, wat ik wil, wat ik weet, belangrijk vind en wat hoort daar nog meer bij?’ Zoals deze blogpost. Ik kan dit verhaal het beste vertellen door vanuit mezelf te redeneren. Dat gaat automatisch, hoef ik niks voor te doen. Je begrijpt: dat kan wel eens voor wat dwaling zorgen. Want ik heb van nature geen logische denklijn, ik ga verder met wat er zich voordoet. En soms komt er iets af. Vaak ook niet. Zucht. Ik ben flexibel, zullen we maar zeggen.

A way of life
Afleiding (ofwel multifocused zijn) is voor mij dus a way of life. Vroeger op school keek ik tijdens de uitleg al graag naar wat er op straat gebeurde. Maar de leerkracht moest wel toegeven dat ik ondanks dat schijnbare gebrek aan concentratie toch best goede cijfers haalde. Ik hoorde dus wel wat hij zei, en sloeg het nog op ook. Ik vond het heel normaal.
Meestal gaat dat goed. Werkt prima. Maar soms, als ik druk ben en mijn innerlijke to do-lijstje uit z’n voegen barst, voel ik me zo’n draaiende bordjesdame in het Chinese circus die op het punt staat de hele bende te laten vallen. En natuurlijk, terwijl ik dit schrijf ben ik al op zoek naar een mooi plaatje voor bij dit blog. Maar die moet natuurlijk wel een bepaalde minimum afmeting hebben, én esthetisch geweldig uiteraard, dus dat duurde weer even 10 minuten. Ben ik weer. Ik heb er wel weer een mooi mapje ‘blogfoto’s’ bij. Handig joh. Zucht. Waar is mijn focus? Heb ik überhaupt wel structuur? Soms voel ik me echt een kip zonder kop.

Even afgeleid
Waar had ik het over? O ja, zoals vanmorgen dus. Dat ik onder de douche sta en denk: even snel de badkamer poetsen straks. Oeps, die doucheslang is nu al dagen (weken?) aan vervanging toe. Even op internet speuren. Er moet nog een heleboel. Wat was het ook alweer? Peins, peins… dit, dat. Ik MOET nu echt fysiek een lijstje gaan maken, want anders blijf ik rondjes draaien in mijn hoofd. Dat ik dan met nog nat haar ga zitten om een fantastisch handige checklistwebsite te openen die uiteraard ook op mijn telefoon in app-vorm te vinden is (Wunderlist heet ‘t, tip van mijn gestructureerde lief). Waar onze gedeelde boodschappenlijst ook op staat, wat super werkt, maar dat terzijde. Een uur (of twee?) later realiseer ik me dat de badkamer, die ik onder handen wilde gaan nemen, nog steeds een puinhoop is, en ik ondertussen fijn een artikel over ‘handige opvoedhacks’ aan het lezen ben op internet. Dat zet ik meteen maar even op mijn Pinterest-bord ‘Opvoeden’ anders ben ik het straks weer kwijt. Hoe kwam ik hier? Ah, via Facebook, waar ik zestien keer klikken daarvoor begonnen was omdat er een berichtje binnenvloog. Wat staan er eigenlijk veel mooie artikelen inmiddels op mijn ‘Opvoeden’-verzameling. Even lezen, deze. Ik kom daar ook nooit aan toe. Oh, dat internet… ga ik ook nog ‘s een keer een stukje over schrijven. En dat lijstje, dat moet ook nog. En die badkamer. Ik ga NU de dweil pakken in het washok. Jongens, wat een volle wasmand. Even snel de witte was erin. Wasmiddel bijna op. Oh, en de kattenbak mag ook wel weer eens. Prio 1. En dan werk ik dus ook nog. En heb ik slaaptekort. Stop! Genoeg voorbeelden. Zucht.

In het snotje
Hoe werkt dat eigenlijk? Want ik kan ook zeer georganiseerd zijn, echt waar. Als ik een training geef ben ik ook helemaal op de rit. Want als ik me even doelgericht (daar ga je al) concentreer dan heb ik alles pico bello in het snotje. Dan navigeer ik met ultieme focus door het huis met een mentaal plaatje van wapperend haar –> gevulde boodschappenkar –> een lekker uitgeraasd kind –> lekker koken + glaasje wijn. Even tempo. Jas, tas, telefoon (want daarop staat mijn zeer efficiënte afvink-boodschappenlijst). Kind mee (schoenen, sokken, plas, jas) met een zwier in het fietsstoeltje, hup naar de supermarkt via de schoenmaker en het postkantoor. En op de terugweg met volle fietstassen even langs de speeltuin of door het bos. Want er moet ook buiten gespeeld worden. Ik heb dat nodig 😉 Ha!

De ‘3e principe’-knop aanzetten
Hoe het wel lukt? Door bewust mijn ‘3e principe’-knop aan te zetten. In mijn geval (de emotioneel-fysieke dynamiek) de mentale knop. Even langer dan 20 seconden dezelfde denklijn volgen zodat ik ook een ‘einde’ kan visualiseren. Wat is belangrijk? Afstand nemen. Overzicht maken. Kiezen. Categoriseren. Ordening aanbrengen en vasthouden. Relativeren. Wat is mijn pakkie-an, wat hoort ergens anders? Allemaal aspecten van het mentale principe. Dat gaat na jaren oefenen gelukkig een stuk makkelijker, maar omdat het niet mijn natuurlijke aanvliegroute is zal het me altijd moeite blijven kosten. Ik kan echt met ontzag kijken naar mensen die in no time de hoofdlijnen te pakken hebben. En vasthouden. Chapeau.

Van ontwikkelpunt naar balans vinden
En dat oefenen geldt eigenlijk voor iedereen. Welke dynamiek je ook hebt. Hoe vermoeider/gestresster je bent, hoe lastiger het is om de ‘aan’-knop van je derde principe te vinden. Maar als je weet dat wat je te leren hebt een logisch gevolg is van je persoonlijkheidsdynamiek, dan geeft dat ook rust en begrip voor jezelf. En inzicht in je ontwikkelrichting. Want datgene waar je met regelmaat (nog) moeite mee hebt is vaak onderdeel van je derde principe. Zo zal een ander jóuw specifieke kwaliteiten -al dan niet in stilte- bewonderen. En juist onze kwaliteiten doen we af als ‘heel gewoon toch?’ Of we ervaren er vooral de valkuilen van. Ik geef het grif toe. Zucht. En over die vaardigheden die je maar niet onder de knie lijkt te krijgen: geen paniek! Dat wat die ander toch zo vreselijk goed en makkelijk afgaat, en wat hij of zij ook nog ’s heel gewoon vindt, zit misschien wel in zijn of haar aangeboren kwaliteitenpakket. Het kán ook aangeleerd zijn, maar: dikke kans. Wat een opluchting. Je kunt ophouden met jezelf je ‘ontwikkelpunten’ te verwijten en in termen van ‘balans vinden’ gaan denken. En blijf er vooral (rustig maar bewust) aan werken, want je natuurlijke kwaliteiten komen nog beter uit de verf als je ook toegang hebt tot je derde principe.

Dia2

Een boompje opzetten: hoe doe jij dat?

Door Mara Lammertzen-Kuiper

Dag Sint, hallo kerstboom! Ben jij er ook zo een? Of doe je niet aan kerst, laat staan aan bomen? Stel nou –even hypothetisch– dat je wèl voor een boom zou gaan. Hoe pak jij dat dan aan? Zes verschillende manieren om aan een boom te komen*, met een dikke vette knipoog. Misschien (h)erken je wel iemand. Laat ik bij mezelf beginnen…

1.
‘Tuurlijk komt er een boom. Jaaaaa, gezellig toch. Als ik even geen rekening zou houden met mijn meer behoudende lief, dan was het –sorry duurzaamheid– een echte. Wel met kluit, natuurlijk. Maar die geur! Heerlijk. En liefst met echte kaarsjes ook. Als ik geen peuter en twee kittens had dan, hè. Ik ga met man en kind het bos in en ga er heel idyllisch zelf eentje uitgraven. Oh, mag dat niet? En dan op de imperiaal mee naar huis nemen. Er komen –naast mijn door de jaren heen verzamelde versieringen: een engel, glittervogeltjes– een paar mooie nieuwe ballen in, ton-sur-ton-kleuren het liefst. En een paar gekke zelfgemaakte frutsels. Chocoladekransjes, check. Lampjes die warm licht afgeven, niet dat koude blauwige led-licht. Saar mag de ster bij wijze van piek erop zetten en dan: ‘tadaaa!’
(De emotioneel-fysieke persoonlijkheidsdynamiek. Reality check: we hebben een nepper -want zie ook kerstboomtekst nr. 3- maar dan wel een mooie zilverspar-lookalike: met de gele led-lichtjes er nog in want dat is me ’n werk ieder jaar!)

2.
‘Ik zie de bomen het liefst gewoon in het bos staan, da’s al kerst genoeg. De kerstsfeer is belangrijk voor me, samen met de familie zijn. Verhalen vertellen, herinneringen delen. Maar als ik er een zou kopen is het bij mijn vertrouwde bloemenmevrouw, die is van de duurzame inkoop. Met kluit, want hij gaat weer terug de natuur in. Of gewoon een nepboom, veel beter idee. Ik moet maar eens gaan kijken bij het tuincentrum. Ik heb al jaren dezelfde ballen, en een paar mooie zelfgemaakte knutselwerkjes van de kinderen. Straks even uitzoeken of dat lichtsnoer het nog doet, ik neem meteen de schroevendraaier even mee uit de schuur.’
(De fysiek-emotionele persoonlijkheidsdynamiek)

3.
‘Dat kerstgedoe hoeft van mij niet, laat staan een boom, maar ik pas me aan. Het wordt dan een kunstboom met milieukeurmerk die ik op internet uitzoek en laat bezorgen. Kleur? Groen is groen, toch? Hij moet vooral makkelijk op te zetten en handzaam op te bergen zijn. Het versieren laat ik over aan mijn partner, die vindt dat leuk. Maar als ik het zelf zou doen bestel ik een paar ballen en een piek in zo’n setje mee. Led-lampjes uiteraard. Ja.’
(De fysiek-mentale persoonlijkheidsdynamiek. Reality check: mijn lief in de bocht)

4.
‘Ik ben helemaal niet van de traditionele bomen. Saai. Maar goed. Hoe ik dat dan zou doen? Ik ga naar de dichtstbijzijnde bloemenstal –ik kom er langs uit mijn werk– en die vent kent mij wel, hij heeft vast wel een leuk boompje staan. Liefst zonder kluit, want dat geeft een gigantische zooi als dat ding op de kop aan het plafond hangt hè. 😉 Hup, de ballenbak uit de schuur (of koop een paar opvallende nieuwe) en dan maken we er samen even wat geweldigs van. Als je langskomt weet je niet wat je ziet!’
(De emotioneel-mentale persoonlijkheidsdynamiek)

5.
‘Een kerstboom kan erg gezellig zijn. Geen noodzaak, maar ik wil best meedenken. Het mag een echte boom zijn, lekker nostalgisch, maar ik zou zelf voor een kunstboom kiezen. Er komen dan een paar niet te wilde ballen in, het moet wel smaakvol blijven. We doen er ook een paar leuke grapjes in. Een mooie piek, wat lampjes. Prima wat mij betreft.’
(De mentaal-emotionele persoonlijkheidsdynamiek)

6.
‘Een kerstboom? Dat heeft voor mij niet zoveel waarde. Daarnaast heb ik er ook weinig handigheid in. Er staat er een voor het huis, daar kunnen wel een paar lampjes in… Als ik er toch een zou kopen? Dan zou ik me laten adviseren over een kunstboom. Ik lees vervolgens de handleiding met een kop koffie erbij en dan zet ik stap voor stap de boom in elkaar. Decoratie is niet aan mij besteed. Dat laat ik liever aan iemand anders over. Prettige kerst.’
(De mentaal-fysieke persoonlijkheidsdynamiek. Reality check: Helga’s wederhelft maakt er daarentegen een spektakel van, compleet met kerstdorp en met heel veel knipperlichtjes en geluiden… daar gaat m’n kerstboomtheorie)

 

Welke boom je ook opzet, en met wie, we wensen je er veel plezier bij!
Pas wel op: de natuur slaat keihard terug…

* geïnspireerd op de geweldige ‘zes verschillende manieren om een auto te kopen’-vertelling van mijn Human Dynamics-mentor Harry Jansen. Hij blijft leuk, Har!

Het etiket vertelt je (niet) wat erin zit – deel 1

Door Mara Lammertzen

Ontwikkelingsstoornissen in het autistisch spectrum, disruptieve gedrags- of stemmingsstoornis, moeilijk lerend, dyslectisch…. Het schijnbare gemak waarmee massa’s kinderen maar ook volwassenen soms voorzien worden van een DSM-etiket wanneer zij anders functioneren dan ‘de norm’… ik vind er wat van. Vooropgesteld: ik ben geen pedagoog of neuroloog en ik begeef me misschien op glad ijs. Dat zou zomaar kunnen. En ja, voor sommige kinderen en hun ouders is het een zegen dat er eindelijk een diagnose is. Maar ik ben ervan overtuigd geraakt dat veel kinderen onnodig een stigmatiserend etiket krijgen omdat bepaalde drijfveren vanuit hun persoonlijkheidsdynamiek onbegrip ‘triggeren’ bij hun ouders en/of op school.

Op de camping heb ik weer met verbazing geluisterd naar de zorgen van de overbuurvrouw over haar zevenjarige dochter. Dit kwam aan het eind van de drie weken waarin zij dagelijks bij onze kampeerplaats te vinden was samen met haar kleine zusje. Yael (niet haar echte naam) zou binnenkort getest moeten worden op adhd. Dit op advies van haar leerkracht en de school. Want: ze kon zich niet concentreren, ze was vaak druk, ze verstoorde de les en ze kon niet stilzitten. Ook dagdroomde ze teveel en al met al waren haar resultaten niet goed. Toch was dat wel raar, vond mijn overbuurvrouw, want ze kon toch zonder problemen een film van 1,5 uur kijken…. tja. Maar ja, de juf zal het wel weten.

Wanneer iemand vooral benoemt wat een ander niet doet of niet kan is mijn eerste gedachte vaak: ‘dat zegt in eerste instantie iets over jouw eigen behoefte’.

Ik viel dus zowat van mijn picknickbank, want ik had Yael leren kennen als een sociale, bruisende meid die – nadat ze even een dagje had afgetast of ze welkom was – lekker aan tafel kwam zitten en honderduit vertelde over wat haar bezig hield. Met engelengeduld probeerde ze de plot van haar lievelingsfilm ‘Frozen’ uit te leggen aan mijn tweeënhalfjarige peuter, die in haar een tweede ‘moedertje’ en knutselgoeroe had gevonden. Adhd? Yeah right.

Mijn geheel subjectieve vermoeden – na wat doorvragen over de verwachtingen vanuit de leerkracht – is dat de juf van Yael zelf geen emotionele centrering heeft en het lastig vindt om met aspecten van het emotionele principe om te gaan. Wat ontzettend jammer is, omdat juist een leerkracht die met name door de eigen ‘bril’ kijkt als het gaat om het scheppen van de beste leervoorwaarden, voorbij gaat aan de behoeften en drijfveren van kinderen in de klas met een andere persoonlijkheidsdynamiek. Erger nog, wanneer onbegrip voor andere manieren van leren en uitingen daarvan gezien worden als onwenselijk gedrag of zelfs de voorbode van een psychologische stoornis…. het pygmalion-effect doet de rest: van dat wat je verwacht te zien, zul je steeds meer zien. Niet in het voordeel van het kind, in dit geval.

Wat kinderen met een emotionele centrering heel hard nodig hebben tussen concentratie-momenten door is ruimte om even te kunnen bewegen, contact te maken, te kletsen en hun ervaringen – al dan niet gerelateerd aan het onderwerp – uit te wisselen. Dan zijn ze er weer bij en kan er weer verder geluisterd worden. Daarnaast is het heel fijn als een docent laat merken dat hij of zij in hen als persoon geïnteresseerd is, die vraagt naar wat hen bezighoudt. Zonder die voorwaarden wordt het leren voor deze kinderen heel moeilijk en zal de intrinsieke motivatie langzaam maar zeker plaats maken voor het wegcijferen van behoeften en proberen te voldoen aan de verwachtingen (emotioneel-fysiek) of juist volledig uit de band springen (emotioneel-mentaal).

Zo heb ik stiekem ook mijn vermoedens over misschien voorbarige etiketten voor kinderen met andere persoonlijkheidsdynamieken. Meer daarover in deel 2. Of over mensen die ongeschikt zouden zijn als leidinggevende omdat ze niet de gebruikelijke ambitie, de visie, het lef, de teamspirit of mensgerichtheid laten zien. Maar dat laatste is weer een heel ander blog.

Wat ik eigenlijk zeggen wil: het zou zo waardevol zijn wanneer we ons eigen perspectief op wat ‘normaal en gezond’ is – ook als anderen je waarnemingen herkennen – steeds opnieuw blijven toetsen aan wat we zelf gewoon hartstikke lastig vinden om mee om te gaan.

Meepraten over dit thema? Laat ons weten wat jij ervan vindt!