Samenwerken, leuk of frustrerend?

Door Helga van der Hart

Om handen en voeten te geven aan onze ideeën hebben we, Mara en ik, ons een weekend op een woonboot opgesloten. Heel vervelend ;-). Teksten schrijven voor onze nieuwe site verschilspecialisten.nl (nog even geduld, bijna live), visie schrijven, missie verwoorden en verbeelden, brainstormen over een inspirerende gadget, visitekaartje, nieuwe banners, filmpje maken… Tot zo ver heerlijk!

Druk op de ketel
Toen kwamen de uren dat we ‘echt aan het werk moesten‘. Feedback geven op de website, teksten schrijven, een slogan verwoorden. Aan onze ideeënstroom ligt het niet, maar we lopen vast op hetzelfde: we hebben niet het perfecte antwoord (oh ja, ook zo’n ding, het kan altijd leuker en beter). Het gevolg? Het werk schiet voor geen meter op, de tijd tikt weg, irritatie ligt op de loer. In samenwerking is het vaak irritant als je elkaar niet begrijpt, maar minstens zo irritant is het als je samen niet verder komt, dat hadden wij dus ;-). En dan is het wel makkelijk om je te ergeren aan de ander, terwijl je zelf op precies hetzelfde vlak ook tekort schiet. Of positiever gezegd, je kwaliteiten op een ander vlak liggen.

Afstand
Maar een wijntje, een nacht slapen en dus even afstand nemen doet wonderen. Gelukkig realiseren we ons dat het geen zin heeft om zo verder te gaan (ja, ja) en hebben we onze werkzaamheden gesplitst. Over het algemeen zitten we op één lijn, dus dat geeft vertrouwen. Aangezien Mara meer van de creatie is en ik iets meer praktisch ben ingesteld, raad je al hoe de rolverdeling de volgende dag is ;-). Mara aan de slag met een gadget en visitekaartje, ik dus verder met die site. Zo, allebei weer blij.

Samenwerken
Samenwerken. Echt zo’n ding dat heel goed kan gaan, maar ook heel frustrerend kan zijn. Wat ons heeft geholpen is dat we weten  op welk vlak onze ontwikkeling ligt. In de praktijk is dit best conflicterend: om verder te komen, moeten wij afstand nemen (wat is belangrijk, beslissen op hoofdlijnen, objectiviteit aanbrengen, verantwoordelijkheid op de juiste plek), terwijl we ook dingen af willen krijgen. Dus nee, die afstand creëren lukt ons echt niet gelijk. Bovendien moet je dan eerst hardop aangeven dat het proces frustreert en dat doen we ook niet graag. Voor de insiders: we herkennen ons in de emotioneel–fysieke dynamiek. We hebben dus veel nieuwe ideeën, zijn creatief, zijn praktisch ingesteld, maken graag dingen (mooi) af en we vinden een goede relatie ook belangrijk.

Ontwikkeling
Om een samenwerking of jezelf in een stresssituatie verder te brengen helpt het om jezelf vragen te stellen die horen bij de groep kwaliteiten waarover je van nature minder beschikt, je ‘derde principe’. Bij ons is dit duidelijk de eerste groep, mentale kwaliteiten. Die andere 2 groepen zetten we van nature in. Wat helpt jou verder in zo’n proces? Is dat het bewust ‘aanzetten’ en inzetten van mentale, emotionele of fysieke kwaliteiten? Ik ben benieuwd!

 

Beetje autistisch, of gewoon niet zo contactgericht?

Door Mara Lammertzen

‘Ik ben daar een beetje autistisch in’. Ik kan zo een handvol mensen opnoemen die dat regelmatig roepen. Sommigen als grapje, anderen bloedserieus. Ik ben dan ook benieuwd hoe jij jezelf ‘scoort’ op de bekendste kenmerken van autisme. En kijk vooral ook eens naar hoe je vroeger als kind was. Komt ‘ie.

  • Moeite met contact maken
  • Realiseert zich vaak niet wat de drijfveren van de ander zijn, weinig inlevingsvermogen
  • Er valt weinig emotie van het gezicht af te lezen
  • Minder sterk in het aangaan en onderhouden van vriendschappen en relaties
  • Houdt niet van geklets over ditjes-en-datjes, beperkt communicatie tot essentie / doel
  • Hoort niet altijd alles wat er gezegd wordt en vergeet dingen die de interesse niet hebben
  • Sterke behoefte aan routine en regelmaat
  • Sterk vasthoudend aan eigen planning, raakt van slag als deze door anderen verstoord wordt
  • Brengt graag veel tijd alleen door
  • Kan helemaal opgaan in een bepaalde activiteit of hobby, op het obsessieve af

Herken je jezelf in meer dan 5 punten? Of iemand uit je omgeving? En ben je dan ook meteen een autist…? Dat dacht ik dus niet. Want deze schijnbare ‘tekortkomingen’ zijn heel herkenbaar voor mensen met een fysiek-mentale en mentaal-fysieke persoonlijkheidsdynamiek. Zeker wanneer het emotionele (relationele) principe relatief onderontwikkeld is, bijvoorbeeld omdat iemand nog jong is, is er nog weinig balans in de dynamiek. Dus wanneer je van nature minder sterk bent in relationele vaardigheden, zijn deze kenmerken niet meteen iets om je zorgen over te maken. Het kan namelijk ook gewoon zijn dat bij jou het emotionele principe op de derde plek staat en dus je ontwikkelrichting is. Sterker nog, het zijn – okee, in het contact met anderen soms wat onhandige – verschijningsvormen van hartstikke waardevolle kwaliteiten. Zoals doelgerichtheid, structuur, efficiëntie, focus. Vooropgesteld: ik betwist het bestaan van autisme als ontwikkelingsstoornis niet. Wat ik wel denk, en zie in de praktijk, is dat er behoorlijk aantal kinderen onterecht met een stempel ‘stoornis in het autistisch spectrum’ (ASS) rondlopen. Of mensen die zich ‘enigszins autistisch’ voelen omdat ze dat wel eens van anderen horen.

Philips en de liefde voor techniek
‘‘Autisme komt bij kinderen in de regio Eindhoven opvallend vaak voor. Dit blijkt uit onderzoek van de universiteit van Cambridge (Baron-Cohen, 2011). Kinderen in Eindhoven en omgeving lijden volgens de Britse onderzoekers drie tot vier keer zo vaak aan autisme als leeftijdsgenoten in de omgeving van Haarlem en Utrecht*.’’

Baron-Cohen verklaart dit zo. ‘Mensen die goed zijn in een technisch beroep, scoren meestal hoger op een karaktertrek die hij systeemdenken noemt. Systeemdenkers houden van logisch redeneren en zijn meer rationeel dan emotioneel en empathisch. Allemaal trekjes die iemand met autisme ook heeft.’

Dankzij Philips trekken er al sinds 1891 mensen met een technische achtergrond naar Eindhoven. In de stad heeft dan ook dertig procent van de banen iets te maken met techniek, en de regio werd door een internationale denktank uitgeroepen tot de slimste regio ter wereld. Niet zo vreemd dat er een opvallend hoge concentratie ‘systeemdenkers’ te vinden is.

Voor de Human Dynamics-kenners onder ons: systeemdenken – het ‘denken in gehelen’ – is een typische kwaliteit van het fysieke principe. Logisch kunnen redeneren is een kwaliteit van het mentale principe. Zouden sommige autistische kenmerken niet een kwestie van ‘gewoon weinig E’ kunnen zijn? Dat houdt mij dus bezig.

Het betreft hier dynamiekgerelateerd gedrag dat logisch te verklaren is vanuit wat we weten over de ontwikkeling van het 3e principe. Het gaat hier om vaardigheden waar je extra moeite voor moet (blijven) doen gedurende je leven. Bij sommige kinderen (en volwassenen) kan dit leiden tot gedrag dat als ‘afwijkend’ of weinig sociaal wordt ervaren – vooral door mensen met een andere persoonlijkheidsdynamiek. Mara Lammertzen-Kuiper, 2015

 

1 + 1 = 3(e principe)?

Okee. Stel nou dat je ouders – beide met de fysiek-mentale dynamiek, meestal geen typische ‘kroegtijgers’ – elkaar ontmoet hebben op de Technische Universiteit. Of in het lab bij Philips. Dan is het aannemelijk dat je als kind niet alleen dezelfde dynamiek hebt**, maar van huis uit ook minder hebt meegekregen van het emotionele principe. Aspecten van jouw 3e, van nature minder ontwikkelde principe, waarvoor je extra moeite moet blijven doen in je leven. Net als je beide ouders. Dingen als contact maken en onderhouden, over je gevoelens praten, flexibel zijn bij veranderingen, verbinden van mensen zijn dan geen dagelijkse kost voor je. En wanneer er hierop in je gezin ook weinig beroep wordt gedaan, puur omdat de natuurlijke focus en behoefte niet bij aspecten van het emotionele principe ligt, duurt het nog langer voordat je je zult ontwikkelen op dit gebied. Helemaal niks mis mee, iedere persoonlijkheidsdynamiek heeft een groeirichting. Maar een kind met ‘autistische kenmerken’ komt dus niet uit de lucht vallen.

Tegenwoordig zijn de verwachtingen hoog als het gaat om sociale en samenwerkingsvaardigheden. Als mentaal-fysiek of fysiek-mentaal kind, en zeker als je nog weinig vlieguren hebt gemaakt in de ontwikkeling van je 3e principe (emotioneel), zal het niet meevallen om te kunnen voldoen aan deze verwachtingen.

Wil jij hierover meepraten? Onderaan dit bericht kun je je reactie kwijt. Dank!

* De onderzoekers bestudeerden in totaal 62.000 kinderen. Ze vergeleken het aantal kinderen met autisme in Eindhoven met het aantal kinderen met autisme in Utrecht en Haarlem. Ze ontdekten dat in Eindhoven vier keer meer kinderen met autisme voorkomen. De onderzoekers keken ook naar het aantal kinderen met ADHD en dyspraxie. Dit bleek zowel in Utrecht, Haarlem als Eindhoven even vaak voor te komen.

** Human Dynamics-grondleggers Sandra Seagal en David Horne hebben sterke bewijzen gevonden dat een persoonlijkheidsdynamiek aangeboren is. Sterker nog: het is bij sommige baby’s al te zien. In mate van oogcontact, behoefte aan fysiek contact, etc. Er is ook ‘vintage’ videomateriaal waarop je prachtig het verschil in focus kunt zien tussen een fysiek-mentale en een emotioneel-fysieke baby, om een voorbeeld te noemen. Nog interessanter wordt het als je weet dat een persoonlijkheidsdynamiek genetisch bepaald is. Soms slaat een persoonlijkheidsdynamiek een generatie over, maar over het algemeen zul je de dynamiek van een van je ouders hebben. 

Oplossingsgerichte benadering

Oplossingsgericht kijken: ben jij een Goedzoeker?

Door Mara Lammertzen

Goed zoeken is nog niet zo simpel. Of je nou voor de klas staat, of in je dagelijkse leven meer positieve vibes zoekt. Of je zorgen maakt over hoe onze maatschappij zich ontwikkelt. We doen collectief ontzettend ons best om ‘het goede’ te zien in de manier waarop anderen dingen doen, hoe ze reageren, beslissen, leven. Ergernissen overstijgen, tolereren van anders zijn. Allemaal leuk tot op zekere hoogte, maar intussen snap je er de ballen van. En dan houdt het zoeken alweer op.

Goed zoeken vraagt van je dat je de bril van je eigen verschil even afzet. Niet om voorbij te gaan aan wat jij belangrijk vindt, maar om je probleemanalyse en actieplan even te parkeren en te kijken wat er wél is. Aan kwaliteiten. Aan motivatie, mogelijkheden, andere ingangen om contact te maken. Die ander wil ook gewoon lekker samenwerken, bijvoorbeeld. Wil ook graag vooruit. Gelukkig zijn. Groeien.

Oplossingsgericht versus Probleemgericht
Als je iets weet van verschillen in behoeften – en dat doe je, anders lees je dit blog niet – dan heb je sowieso ‘goud’ in handen. Maar die verschillen in hun kracht zetten is weer een heel ander verhaal. Een mooie invalshoek die we veel gebruiken is de oplossingsgerichte benadering. In coaching en in trainingen.

In het kort: oplossingsgericht denken is het tegenovergestelde van probleemgericht denken. En omdat we met z’n allen echte probleemoplossers zijn, denk je nu misschien: mwoh, dat heb ik wel in het snotje, dat oplossen. Open deur? Toch niet. Let op.
Oplossingsgerichte versus probleemgerichte benadering
De oplossingsgerichte benadering – of het nu gaat om kinderen of volwassenen – gaat ervan uit dat ieder van ons een onuitputbare krachtbron in zich heeft met een grote hoeveelheid hulpbronnen. Kwaliteiten die (nog) te weinig actief bekend zijn of gebruikt worden, of waarmee het contact verloren is gegaan. Kwaliteiten die – ook nog eens overschaduwd door demotivatie, storend gedrag, etc. – vaak niet door jou en/of anderen gezien worden. Laat staan dat je ze bevraagt en activeert.

Complimenten
En dat is nou zo leuk aan oplossingsgericht werken. Door te focussen op wat iemand al wél kan en dat nadrukkelijk te waarderen groeit het zelfvertrouwen. Door (gemeende!) complimenten te geven in plaats van waarschuwingen groeit de intrinsieke motivatie en ontstaat een goed gevoel. Een van de mooiste bijkomstigheden van waarderend omgaan met verschillen is dat je steeds makkelijker kwaliteiten kunt waarnemen die minder goed als krachtbron te herkennen zijn. Simpelweg omdat je zelf zo’n compleet ander beeld hebt van wat ‘goed werkt’ in communicatie, leren, (samen)werken. Dat ziet de ander toch heel anders. Mooi toch, als je daar ruimte voor kunt bieden?

Loslaten
En het is gewoon hartstikke moeilijk om je goede raad en adviezen voor je te houden. Toch gaat het er in de oplossingsgerichte benadering om dat de ánder in oplossingen gaat denken. En dan is het de kunst om de ‘controle’ een beetje te laten vieren. Vertrouwen te hebben in de krachtbron van de ander, en zijn of haar eigen natuurlijke behoefte aan beweging. Zo kan diegene zelf nadenken over het eerstvolgende kleine stapje om dichterbij het doel (de oplossing van een probleem) te komen. En zadel je hem of haar niet op met een misschien onmogelijke opdracht die jij met al je goede bedoelingen bedacht hebt.

En nu jij?
Om in de oplossingensfeer te blijven: oplossingsgericht denken is stap één, oplossingsgericht werken stap twee. Dus bedenk eens: waar sta je zelf op dit moment met betrekking tot ‘denken in kansen en mogelijkheden’? Wat gaat er misschien al wel vanzelf? Hoe voelt dat? Hoe zou je dit nog meer kunnen gaan doen? Hoe ziet dat eruit? Welke eerste stap kun je daarin zetten?

En als je nou denkt: ik moet eerst een training volgen bij Helga en Mara om dit te kunnen: dat kan natuurlijk 😉  Maar je hoeft echt geen oplossingsgericht expert te zijn om mensen, kinderen op hun eigen kracht en eigenaarschap te kunnen wijzen. Wat iemand goed kan, vindt ‘ie zelf vaak niet eens zo bijzonder. Als je je energie besteedt aan het stellen van de juiste vragen kun je je concentreren op de interactie en het proces. Fantastisch hulpmiddel als je met kinderen werkt en/of leeft, ook.

Laat je in de reacties weten wat deze manier van werken voor jou oplost? Top!

‘Weekendtip: offline is the new luxury’

Door Helga van der Hart

‘Weekendtip: Offline is the new luxury.
En zo is het! Leg jij je telefoon wel eens een dagje weg?’

Deze tweet las ik onlangs. Het heeft voor mij te maken met een belangrijk woord in deze en komende tijd: balans. De telefoons en tablets zijn in onze wereld niet meer weg te denken. Gelukkig ook maar, als je bedenkt hoe ‘afhankelijk’ we hiervan zijn geworden door de vele mogelijkheden die het biedt.

Burn-out
De keerzijde van deze mooie tijd is dat er een groeiende groep twintigers en dertigers al vroeg in hun leven te maken heeft met een burn-out. De hele dag online (stel dat je iets mist), sportclub, vrijwilligerswerk (dat bij voorkeur iets oplevert), netwerken, vrienden, familie en oh ja, ik heb ook nog een baan en wil carrière maken. Al herkenbaar? Voor mij was dit een aantal jaren geleden helaas heel herkenbaar…

Het gevolg hiervan is dat we steeds verder afraken van onszelf, van onze eigen energie, kracht en ontwikkelpotentieel. We zijn heel druk, maar helaas niet altijd met de juiste dingen. Hoe vaak sta jij stil bij de volgende woorden: wat wil ik, wie ben ik, wat kan ik, hoe voel ik me en hoe ontwikkel ik mijzelf? Ik schat in, niet al te vaak… Met een grote kans dat onze energievoorraad en zelfs de reservevoorraad uitgeput raakt, met als gevolg een burn-out. Je begrijpt: een grote uitdaging voor deze groep om zowel zakelijk als privé in balans te zijn.

Je kunt denken, dat is goed nieuws voor het groot aantal coaches dat ons land rijk is ;-). Maar hoe kunnen we dit veranderen en voorkomen en nog belangrijker, wat kan jij hieraan doen?

Jijzelf en een stappenplan
Probeer te achterhalen waar jouw eigen kracht en talenten zitten. Wat geeft jou energie, waar word jij gelukkig van, wat vind jij belangrijk? Verkort stappenplan:

  1. Maak een balans van je energiegevers en energievreters.
  2. Benoem 3 kwaliteiten die je van nature hebt.
  3. Benoem 3 ontwikkelpunten voor jezelf.
  4. Benoem 2 concrete stappen die je gaat ondernemen om meer in balans te zijn.

Voor sommige mensen is een dergelijk stappenplan iets dat ze met gemak zelf kunnen bedenken in stilte (mentale centrering), anderen praten/brainstormen er graag over met derden voor een concreet beeld (emotionele centrering) en weer een andere groep heeft de tijd nodig om hierover na te denken en gegevens te verzamelen (fysieke centrering). Dit soort procesverschillen zien we uiteraard ook dagelijks terug in het (werkende) leven. Wat jouw proces ook is, zorg ervoor dat het jouw proces is, er is geen goed of fout.

Balansvoorbeeld
Ik herken mezelf in de emotioneel–fysieke dynamiek. Mijn kracht zit in het luisteren naar mijn gevoel, mijn organisatiekracht, het omgaan met mensen en zaken praktisch maken. Ten tijde van een drukke baan en drukke privé situatie ging ik volledig voorbij aan mijn eigen kracht. Ik luisterde niet naar mijn emotionele kwaliteiten (het voelen). Ik ging op zoek naar houvast en ‘sloeg door’ in mijn fysieke kwaliteit (het praktisch maken van zaken). Laat staan dat ik nog oog had voor mijn mentale ontwikkeling (afstand nemen van zaken, focus aanbrengen). Ik gun dan ook een ieder dat je je bewust bent van je natuurlijke kracht/kwaliteiten en je ontwikkelpotentieel. Want  voor mij geldt:

Kracht + Ontwikkeling = Balans


Mogelijke balansbrengers
Graag deel ik 3 groepen balansbrengers met jullie, doe er je voordeel mee.

Balansbrengers mentale ontwikkeling:

  • Afstand nemen van zaken/begrenzen
  • Overzicht op hoofdlijnen aanbrengen
  • Werken vanuit visie

Balansbrengers emotionele ontwikkeling:

  • Aandacht hebben voor de mens
  • Leven in het hier en nu
  • Naar buiten brengen wat je denkt en voelt

Balansbrengers fysieke ontwikkeling:

  • Luisteren naar signalen van je lichaam
  • Zaken afmaken
  • Tijd nemen voor reflectie

Tot slot
Ik ben benieuwd naar je ervaringen met dit verkorte stappenplan en jouw balansbrengers. Wil je alvast leuke, korte offline tips? Kijk eens naar de tips op www.ik benoffline.nl. Succes en een fijn luxury offline weekend!

Het etiket vertelt je (niet) wat erin zit – deel 1

Door Mara Lammertzen

Ontwikkelingsstoornissen in het autistisch spectrum, disruptieve gedrags- of stemmingsstoornis, moeilijk lerend, dyslectisch…. Het schijnbare gemak waarmee massa’s kinderen maar ook volwassenen soms voorzien worden van een DSM-etiket wanneer zij anders functioneren dan ‘de norm’… ik vind er wat van. Vooropgesteld: ik ben geen pedagoog of neuroloog en ik begeef me misschien op glad ijs. Dat zou zomaar kunnen. En ja, voor sommige kinderen en hun ouders is het een zegen dat er eindelijk een diagnose is. Maar ik ben ervan overtuigd geraakt dat veel kinderen onnodig een stigmatiserend etiket krijgen omdat bepaalde drijfveren vanuit hun persoonlijkheidsdynamiek onbegrip ‘triggeren’ bij hun ouders en/of op school.

Op de camping heb ik weer met verbazing geluisterd naar de zorgen van de overbuurvrouw over haar zevenjarige dochter. Dit kwam aan het eind van de drie weken waarin zij dagelijks bij onze kampeerplaats te vinden was samen met haar kleine zusje. Yael (niet haar echte naam) zou binnenkort getest moeten worden op adhd. Dit op advies van haar leerkracht en de school. Want: ze kon zich niet concentreren, ze was vaak druk, ze verstoorde de les en ze kon niet stilzitten. Ook dagdroomde ze teveel en al met al waren haar resultaten niet goed. Toch was dat wel raar, vond mijn overbuurvrouw, want ze kon toch zonder problemen een film van 1,5 uur kijken…. tja. Maar ja, de juf zal het wel weten.

Wanneer iemand vooral benoemt wat een ander niet doet of niet kan is mijn eerste gedachte vaak: ‘dat zegt in eerste instantie iets over jouw eigen behoefte’.

Ik viel dus zowat van mijn picknickbank, want ik had Yael leren kennen als een sociale, bruisende meid die – nadat ze even een dagje had afgetast of ze welkom was – lekker aan tafel kwam zitten en honderduit vertelde over wat haar bezig hield. Met engelengeduld probeerde ze de plot van haar lievelingsfilm ‘Frozen’ uit te leggen aan mijn tweeënhalfjarige peuter, die in haar een tweede ‘moedertje’ en knutselgoeroe had gevonden. Adhd? Yeah right.

Mijn geheel subjectieve vermoeden – na wat doorvragen over de verwachtingen vanuit de leerkracht – is dat de juf van Yael zelf geen emotionele centrering heeft en het lastig vindt om met aspecten van het emotionele principe om te gaan. Wat ontzettend jammer is, omdat juist een leerkracht die met name door de eigen ‘bril’ kijkt als het gaat om het scheppen van de beste leervoorwaarden, voorbij gaat aan de behoeften en drijfveren van kinderen in de klas met een andere persoonlijkheidsdynamiek. Erger nog, wanneer onbegrip voor andere manieren van leren en uitingen daarvan gezien worden als onwenselijk gedrag of zelfs de voorbode van een psychologische stoornis…. het pygmalion-effect doet de rest: van dat wat je verwacht te zien, zul je steeds meer zien. Niet in het voordeel van het kind, in dit geval.

Wat kinderen met een emotionele centrering heel hard nodig hebben tussen concentratie-momenten door is ruimte om even te kunnen bewegen, contact te maken, te kletsen en hun ervaringen – al dan niet gerelateerd aan het onderwerp – uit te wisselen. Dan zijn ze er weer bij en kan er weer verder geluisterd worden. Daarnaast is het heel fijn als een docent laat merken dat hij of zij in hen als persoon geïnteresseerd is, die vraagt naar wat hen bezighoudt. Zonder die voorwaarden wordt het leren voor deze kinderen heel moeilijk en zal de intrinsieke motivatie langzaam maar zeker plaats maken voor het wegcijferen van behoeften en proberen te voldoen aan de verwachtingen (emotioneel-fysiek) of juist volledig uit de band springen (emotioneel-mentaal).

Zo heb ik stiekem ook mijn vermoedens over misschien voorbarige etiketten voor kinderen met andere persoonlijkheidsdynamieken. Meer daarover in deel 2. Of over mensen die ongeschikt zouden zijn als leidinggevende omdat ze niet de gebruikelijke ambitie, de visie, het lef, de teamspirit of mensgerichtheid laten zien. Maar dat laatste is weer een heel ander blog.

Wat ik eigenlijk zeggen wil: het zou zo waardevol zijn wanneer we ons eigen perspectief op wat ‘normaal en gezond’ is – ook als anderen je waarnemingen herkennen – steeds opnieuw blijven toetsen aan wat we zelf gewoon hartstikke lastig vinden om mee om te gaan.

Meepraten over dit thema? Laat ons weten wat jij ervan vindt!