Fysiek-mentaal kamperen in zes punten

Door Mara Lammertzen

Een sfeerbeeld: na een paar uur rijden richting de Franse grens, je bent er wel klaar mee, zie je in het bosrijke dal de kampvuurrook al omhoog kringelen. De rivier schittert je tegemoet. Eenmaal het bruggetje over is het stil, op de kabbelende rivier na. Klimtouwen, klimbomen, een kabelbaantje en hangbruggetjes over het water. Weer of geen weer, er hangen altijd een paar free range kinderen in en aan. Links een rechttoe, rechtaan -schoon en zeer functioneel- toiletgebouw met een eigen waterzuiveringsinstallatie: rivierwater wordt hier met een ingenieus, zelfgebouwd systeem omgetoverd tot goedgekeurd drinkwater. Een houten bord: ‘Receptie. Hier melden’. Duidelijke taal en geen woord te veel. Zo werkt dat hier. Fysiek-mentaal kamperen in zes overzichtelijke punten.

1. Natuur
Fysiek-mentale campings: ze bestaan. Deze camping in de Waalse Ardennen, waar wij ons sinds een paar jaar ‘vaste kampeerders’ mogen noemen, is er een ten voeten uit. Nee, ik heb geen aandelen. Het is een bijzondere plek om jezelf te zijn, zonder poespas en met veel, heel veel hout. Plastic en kunststof? Nèh. Hooguit je werptentje. De focus ligt hier op dingen doen die met de natuur te maken hebben. Niet alleen voor fysiek-mentale mensen lekker, iedereen met een beetje ‘F’ kan hier z’n hart ophalen. Maar voor fysiek-mentaal is het echt thuiskomen. Een no nonsense natuurparadijs, gericht op praktische, efficiënte mensen die tot rust komen door met hun handen bezig te zijn en hier eindelijk hun never-ending to do lijst even kunnen loslaten. Hier hoor je weinig gepraat, los van de zinnen ‘Wat wil je nog meer, hè’, en ‘Mooi man’. En dan begrijp je elkaar gewoon. Niks meer aan doen. Ja, bier.

Zo komt Jasper dan het bos uit. All you need is een mes, touw, bijl, handzaag en werkhandschoenen.

2. Zelf doen
Verder met het sfeerbeeld. Er staan een paar Landrovers – daar later meer over – er is een trialbikeparcours (waar ’s avonds de jeugd in stilte oefent en hun kunsten vertoont) en een paar kano’s. Een hele plank opgezette dieren die je hier ook in levenden lijve tegenkomt. De campingwinkel ernaast is gewoon een verkapte outdoorshop, compleet met een balie gemaakt van een halve Landrover, met alles wat de praktisch ingestelde kampeerder zich maar kan wensen. En veel zakken hout, dus. Maar dat noemt men hier ‘lui hout’. Je zorgt hier gewoon zelf voor je vuur. De hele dag wordt in de uitgestrekte bossen (omgevallen) hout gesprokkeld en klinkt het geluid van bijlen op hakblokken om al dat hout tot keurige stapeltjes te verwerken voor ‘het vuurtje’. Hier geen luide gezelschapsspelletjes en gierende buren. Nee, hier wordt bij de tent houtsnijwerk geknutseld, zittend op een praktische -liefst zelfgebouwde- stoel met schapenvel. Worden pijl- en bogen, katapulten en bootjes gemaakt en uitgeprobeerd en pruttelt de koffie boven een knapperend vuur. De kinderen slijpen hun eigen kindermessen – op de enige juiste manier, want veiligheid boven alles -, zitten in de boom, gaan op zoek naar sprokkelhout of bouwen dammen in de rivier.

3. Rust
Die is weldadig. Hier hoeft niks. Uiteraard, de meeste kampeerders hebben wel een planning, zoals om 07:00 uur in je eentje hardlopen, brooddeeg kneden of een vlonder bouwen, ofzo. Maar je hoeft niks met elkaar als je dat niet wilt. Je kunt de camping overlopen zonder dat je aangekeken -laat staan zomaar aangesproken- wordt. Dus voor mij, als emotioneel-fysieke kampeerder, was dit behoorlijk wennen. Maar inmiddels, na jaartje of 3, vind ik het een verademing. Want hier besef ik pas wat die constante neiging van mij om contact te maken eigenlijk van me vraagt. Hier weet ik dat het ook prima op prijs gesteld wordt als je niks zegt. Ik voel gewoon de opluchting van sommige mensen als ik bij toevallig oogcontact weer de andere kant op kijk. En zo kom ik ook een keer echt tot rust. Al voelt het soms een beetje contactgestoord, ja. Maar deze mensen zijn hier niet om te kletsen. Tenzij dat het doel is, natuurlijk. Dan kun je prima kletsen.
Je lacht je rot, het is mijn eigen fysiek-mentale Jasper die hier de nieuwe contacten legt. Ik niet. Die blijkt dan niet te zijn verzopen in het toilet maar gewoon bij een buurman -met bier- wat te keuvelen over de vordering van de bouwplannen voor onze blokhut. Het plichtplegerige ‘hoe is het’ wordt meestal overgeslagen, het blijft bij een ‘alles goed?’ ‘hm-hm’, al heb je elkaar een jaar niet gezien. Interessanter is waar je mee bezig bent.

Strategisch inpakken (en dus ook niks op de achterbank…)

4. Gear
Het is gewoon een fysiek-mentaal soort gezelligheid. En die is als volgt te omschrijven. Er wordt gereedschap (bijlen, zagen, schragen, messen, etc.) aan elkaar uitgeleend. Nadat  ‘new arrirvals’ eerst in alle rust hun degelijke canvastenten hebben kunnen uitstallen en het eerste biertje tevoorschijn komt – komt er eens een buurman of -vrouw aan – met een eigen drankje, want stel je voor dat je iets aangeboden krijgt… dat betekent dat je de duur van je bezoekje niet meer in eigen hand hebt en dat is niet de bedoeling. Morgen doen we dat misschien. Nee, eerst worden ingenieuze zelfgebouwde buitenkeukens, verstelbare driepoten, honden en -natuurlijk- Landrovers bewonderd en besproken. Hierna wordt de vliegvisgear uitgeschoven, gaan de vliegvisjassen met honderd handige zakken en lieslaarzen aan en kan er nog even een uurtje – liefst solitair – gevist worden in de avondschemering (Jasper vindt vissen niks, die hakt een oude boomstronk volledig uit z’n voegen en daarna gaat ‘ie op een stoel voor zich uit zitten staren. Hij krijgt er bij mijn vragende blik nog net uitgeperst: ‘en nu kunnen mijn hersenen pas…..’). Of wordt de olie vast in de Dutch oven gegoten voor het slow cooked eenpansgerecht van vanavond. Want tijd, dat heb je hier.

5. Structuur 
De eigenaars, een praktisch ingesteld stel (fysiek-mentaal en fysiek-emotioneel is mijn sterke vermoeden), met hun eigen behoefte aan duidelijkheid in rust, ruimte en regelmaat, bepalen hoe het er hier aan toe gaat. Er mag veel, maar er zijn dus ook duidelijke regels. Het terrein -inclusief restaurantje- is alleen voor kampeerders. Dus wandelaars vissen achter het net. Niet gereserveerd in het drukke seizoen? Jammer. Afval netjes scheiden, de rust bewaren, niet kleddernat door het douchegebouw lopen, geen muziek en geen lawaai of hard praten na 22:00 uur. De rest van de regels staat onomwonden opgesomd op een A4-tje. Waar je bij overtreding ook duidelijk op aangesproken wordt. Wat krijg je ervoor terug? Juist. Rust in je hoofd. Voor de kampeerders dan, hè. Want in het hoogseizoen, als de eigenaars al een paar lange weken 24/7 hun benen uit hun lijf lopen op het terras, kun je merken hoe druk zij het hebben, en hoe dat aanpoten is, zo’n camping. De mate van spontaniteit, flexibiliteit en sociale interactie begint dan wat rafeltjes te vertonen. Dat kost dan extra moeite. En ik begrijp ze. Maar onderling met andere emotioneel gecentreerde kampeerders zoals ikzelf (want die zijn er natuurlijk ook, die komen verwonderd met hun houthakbehoeftige partners mee – en wij herkennen elkaar direct) worden wel eens wat wenkbrauwen opgetrokken over de bijzondere vorm van klantvriendelijkheid. Er wordt er zelfs wel eens gefluisterd ‘Je zou toch denken dat je het leuk vindt om met mensen om te gaan als je een camping runt’. Maar let op: dat zegt dus vooral iets over onze eigen behoefte aan persoonlijke connectie en een hartelijke ontvangst als je ergens geld uitgeeft. Het is dus maar vanuit welke hoek je kijkt. Want hier zit de klantvriendelijkheid in de ruimte die je krijgt om binnen duidelijk gestelde kaders helemaal je ding te doen in een fantastische omgeving. Het zit ‘m in de perfecte staat van de gebouwen en het materieel. De fietspomp / snoeischaar / vuurschaal die je altijd kunt lenen. In het uitstekend bijgehouden groen, maar niet te strak: de natuur heeft hier voorrang. Dat soort dingen zijn in een heleboel ogen veel nuttiger en dus belangrijker. En dat moet je wel willen zien. Prachtig vind ik dat. Als het bloody hot is komt de Landrover met brandweerspuit het water in: kinderen komen hier niets te kort. Voor hen is er een gratis avonturenboekje ‘alleen voor de serieuze avonturier’ te krijgen bij de receptie, met daarin hikes, puzzeltochten, natuurweetjes. Nooit zomaar een heel verhaal beginnen terwijl ze bezig zijn, maar een afspraak maken voor de volgende dag. Dan is er alle ruimte. En geef ze eens ongelijk. Daar kan ik echt wat van leren.

6. Community
Het jaarlijkse Landroverweekend is net achter de rug. Een efficiënte, geoliede machine. Vanaf vrijdagmiddag komen ze het terrein op rollen en worden de terreinwagens (de een nog vollediger uitgerust dan de ander) met gepaste ruimte ertussen opgesteld. Uiteraard met de neus richting de weg. Dat is niet meer dan logisch. Dan wordt de ‘gear’ af- en uitgeladen.  Ingenieuze daktenten met ladders, puur functioneel kampeermeubilair (en nooit meer stoelen dan het aantal kampeerders), hele keukenstellages met hufterproof buitenkookmateriaal in keurige transparante kratten, ijzeren flight cases met clubstickers. 1 theedoek. En een vuurschaal. Iedereen is druk in de weer, allemaal in outdoorkleding, compleet met Landroverweekend 2018-T-shirts* (vooraf besteld dus) en op verstandige schoenen (ik: slippers). Op zaterdagochtend worden er na een collectief clubontbijt onder grote tarpen zonder veel gepraat en netjes in de rij stoere autofoto’s gemaakt, allen voorzien van speciale LR18-rally-platen. Hierna begint het gevroemmmm, en start dé Landroverrit, oftewel een ‘bolletje-pijltje-tocht’. Vraag me niet wat het is. Jasper lacht me dus gewoon uit. Het is mij een raadsel, dit evenement. Wij, als ‘vaste gasten’, vallen hier totaal buiten. Maar met een Landrover zouden we er meteen bij horen. Want dat is hier het hogere doel: het groepsgevoel. Ik zie die man van mij wel lonken, hoor. Zucht.

*Ik: ‘Ik begrijp niet wat nou de lol is van allemaal diezelfde t-shirtjes’. Jasper: ‘Hoezo? Je doet het samen of je doet het niet’. Tja.

Fysiek-mentale humor:
“Als mijn kinderen iets willen weten van me, zeggen ze tegenwoordig bij voorbaat al ‘Pa, doe maar het 5-, 10- of 30-minuten antwoord’.
Anders ben ik een uur aan het woord en dan waren ze alleen maar benieuwd hoe laat het was.”


Het kernkwaliteitenkwadrant van de fysiek-mentale dynamiek © De Verschilspecialisten

Mensen met de fysiek-mentale persoonlijkheidsdynamiek zijn de praktische, resultaatgerichte, strategische probleemoplossers onder ons, uitstekende planners ook.  Ze werken vanuit de praktijk en zijn met een kritisch oog voor bruikbaarheid gericht op doelen, structuren en efficiency. Ze zijn van nature bezig met het strategisch uitvoeren van hun plannen, die meestal tot doel hebben om processen beter te laten functioneren. Voor zichzelf, maar zeker ook voor andere betrokkenen. Ze zijn van nature minder gericht op gevoelens en persoonlijke connectie met mensen. Net zoals iedere persoonlijkheidsdynamiek een specifieke ontwikkelrichting heeft, is het ontwikkelen van flexibiliteit en aandacht voor de beleving van anderen een uitdaging voor deze dynamiek.


P.S. Lang verhaal? Ga jij maar eens een tijdje fysiek kamperen, dan kunnen ook jouw verhalen niet meer kort.


Wil je weten wat wij allemaal doen met verschillen in ons werk als (team)coach en trainer in het onderwijs en bedrijfsleven? Check it out op www.verschilspecialisten.nl  (of bel/mail ons gewoon even).

Beetje autistisch, of gewoon niet zo contactgericht?

Door Mara Lammertzen

‘Ik ben daar een beetje autistisch in’. Ik kan zo een handvol mensen opnoemen die dat regelmatig roepen. Sommigen als grapje, anderen bloedserieus. Ik ben dan ook benieuwd hoe jij jezelf ‘scoort’ op de bekendste kenmerken van autisme. En kijk vooral ook eens naar hoe je vroeger als kind was. Komt ‘ie.

  • Moeite met contact maken
  • Realiseert zich vaak niet wat de drijfveren van de ander zijn, weinig inlevingsvermogen
  • Er valt weinig emotie van het gezicht af te lezen
  • Minder sterk in het aangaan en onderhouden van vriendschappen en relaties
  • Houdt niet van geklets over ditjes-en-datjes, beperkt communicatie tot essentie / doel
  • Hoort niet altijd alles wat er gezegd wordt en vergeet dingen die de interesse niet hebben
  • Sterke behoefte aan routine en regelmaat
  • Sterk vasthoudend aan eigen planning, raakt van slag als deze door anderen verstoord wordt
  • Brengt graag veel tijd alleen door
  • Kan helemaal opgaan in een bepaalde activiteit of hobby, op het obsessieve af

Herken je jezelf in meer dan 5 punten? Of iemand uit je omgeving? En ben je dan ook meteen een autist…? Dat dacht ik dus niet. Want deze schijnbare ‘tekortkomingen’ zijn heel herkenbaar voor mensen met een fysiek-mentale en mentaal-fysieke persoonlijkheidsdynamiek. Zeker wanneer het emotionele (relationele) principe relatief onderontwikkeld is, bijvoorbeeld omdat iemand nog jong is, is er nog weinig balans in de dynamiek. Dus wanneer je van nature minder sterk bent in relationele vaardigheden, zijn deze kenmerken niet meteen iets om je zorgen over te maken. Het kan namelijk ook gewoon zijn dat bij jou het emotionele principe op de derde plek staat en dus je ontwikkelrichting is. Sterker nog, het zijn – okee, in het contact met anderen soms wat onhandige – verschijningsvormen van hartstikke waardevolle kwaliteiten. Zoals doelgerichtheid, structuur, efficiëntie, focus. Vooropgesteld: ik betwist het bestaan van autisme als ontwikkelingsstoornis niet. Wat ik wel denk, en zie in de praktijk, is dat er behoorlijk aantal kinderen onterecht met een stempel ‘stoornis in het autistisch spectrum’ (ASS) rondlopen. Of mensen die zich ‘enigszins autistisch’ voelen omdat ze dat wel eens van anderen horen.

Philips en de liefde voor techniek
‘‘Autisme komt bij kinderen in de regio Eindhoven opvallend vaak voor. Dit blijkt uit onderzoek van de universiteit van Cambridge (Baron-Cohen, 2011). Kinderen in Eindhoven en omgeving lijden volgens de Britse onderzoekers drie tot vier keer zo vaak aan autisme als leeftijdsgenoten in de omgeving van Haarlem en Utrecht*.’’

Baron-Cohen verklaart dit zo. ‘Mensen die goed zijn in een technisch beroep, scoren meestal hoger op een karaktertrek die hij systeemdenken noemt. Systeemdenkers houden van logisch redeneren en zijn meer rationeel dan emotioneel en empathisch. Allemaal trekjes die iemand met autisme ook heeft.’

Dankzij Philips trekken er al sinds 1891 mensen met een technische achtergrond naar Eindhoven. In de stad heeft dan ook dertig procent van de banen iets te maken met techniek, en de regio werd door een internationale denktank uitgeroepen tot de slimste regio ter wereld. Niet zo vreemd dat er een opvallend hoge concentratie ‘systeemdenkers’ te vinden is.

Voor de Human Dynamics-kenners onder ons: systeemdenken – het ‘denken in gehelen’ – is een typische kwaliteit van het fysieke principe. Logisch kunnen redeneren is een kwaliteit van het mentale principe. Zouden sommige autistische kenmerken niet een kwestie van ‘gewoon weinig E’ kunnen zijn? Dat houdt mij dus bezig.

Het betreft hier dynamiekgerelateerd gedrag dat logisch te verklaren is vanuit wat we weten over de ontwikkeling van het 3e principe. Het gaat hier om vaardigheden waar je extra moeite voor moet (blijven) doen gedurende je leven. Bij sommige kinderen (en volwassenen) kan dit leiden tot gedrag dat als ‘afwijkend’ of weinig sociaal wordt ervaren – vooral door mensen met een andere persoonlijkheidsdynamiek. Mara Lammertzen-Kuiper, 2015

 

1 + 1 = 3(e principe)?

Okee. Stel nou dat je ouders – beide met de fysiek-mentale dynamiek, meestal geen typische ‘kroegtijgers’ – elkaar ontmoet hebben op de Technische Universiteit. Of in het lab bij Philips. Dan is het aannemelijk dat je als kind niet alleen dezelfde dynamiek hebt**, maar van huis uit ook minder hebt meegekregen van het emotionele principe. Aspecten van jouw 3e, van nature minder ontwikkelde principe, waarvoor je extra moeite moet blijven doen in je leven. Net als je beide ouders. Dingen als contact maken en onderhouden, over je gevoelens praten, flexibel zijn bij veranderingen, verbinden van mensen zijn dan geen dagelijkse kost voor je. En wanneer er hierop in je gezin ook weinig beroep wordt gedaan, puur omdat de natuurlijke focus en behoefte niet bij aspecten van het emotionele principe ligt, duurt het nog langer voordat je je zult ontwikkelen op dit gebied. Helemaal niks mis mee, iedere persoonlijkheidsdynamiek heeft een groeirichting. Maar een kind met ‘autistische kenmerken’ komt dus niet uit de lucht vallen.

Tegenwoordig zijn de verwachtingen hoog als het gaat om sociale en samenwerkingsvaardigheden. Als mentaal-fysiek of fysiek-mentaal kind, en zeker als je nog weinig vlieguren hebt gemaakt in de ontwikkeling van je 3e principe (emotioneel), zal het niet meevallen om te kunnen voldoen aan deze verwachtingen.

Wil jij hierover meepraten? Onderaan dit bericht kun je je reactie kwijt. Dank!

* De onderzoekers bestudeerden in totaal 62.000 kinderen. Ze vergeleken het aantal kinderen met autisme in Eindhoven met het aantal kinderen met autisme in Utrecht en Haarlem. Ze ontdekten dat in Eindhoven vier keer meer kinderen met autisme voorkomen. De onderzoekers keken ook naar het aantal kinderen met ADHD en dyspraxie. Dit bleek zowel in Utrecht, Haarlem als Eindhoven even vaak voor te komen.

** Human Dynamics-grondleggers Sandra Seagal en David Horne hebben sterke bewijzen gevonden dat een persoonlijkheidsdynamiek aangeboren is. Sterker nog: het is bij sommige baby’s al te zien. In mate van oogcontact, behoefte aan fysiek contact, etc. Er is ook ‘vintage’ videomateriaal waarop je prachtig het verschil in focus kunt zien tussen een fysiek-mentale en een emotioneel-fysieke baby, om een voorbeeld te noemen. Nog interessanter wordt het als je weet dat een persoonlijkheidsdynamiek genetisch bepaald is. Soms slaat een persoonlijkheidsdynamiek een generatie over, maar over het algemeen zul je de dynamiek van een van je ouders hebben. 

Mijn ondernemersfamilie: verschillen in ondernemen

Door Helga van der Hart

Is jouw goede voornemen het starten van een onderneming? Wellicht geeft dit blog je inspiratie.

Ik kan wel zeggen dat ik uit een echt ondernemersnest kom. Mijn overgrootouders (zo bleek bij het schrijven van dit blog), mijn grootouders, mijn ouders, mijn enige broer, mijn enige zus, ikzelf en straks ook mijn man hebben allemaal hun eigen onderneming (gehad). Geen ondernemingen van vader op zoon/dochter, maar hele verschillende bedrijven. Een aannemersbedrijf, melkboer, kruidenier, franchise–organisatie, fysiotherapeut, projectmanagement en training & coaching. Gaaf toch!?

Wat mij inspireerde voor dit blog is de wijze waarop mijn man het starten van een onderneming aanpakt. Pfff, wat een verschil met hoe ik dat heb gedaan en, zo blijkt na een aantal interviewvragen via de mail, hoe mijn vader, broer en zus dit hebben gedaan.

Mijn vader: directeur/eigenaar van diverse franchise-organisaties
Fysiek-mentaal
1. Waarom ben jij een onderneming gestart?
Was en ben altijd op zoek geweest naar nieuwe uitdagingen, zo ook in 1983, het jaar waarin ik op zoek was naar iets nieuws.

2. Hoe heb je dat gedaan? Wat waren je stappen hierbij?
Een vriend van me vroeg of ik interesse had een huishoudelijke artikelen winkel te gaan runnen in franchising. Een heel grote stap van cv-technicus naar ondernemer. Op een zaterdagmiddag (in 1983 om 14.00 uur) tijdens de EK schaatskampioenschappen op TV werd me dit gevraagd, na één nachtje slapen heb ik ja gezegd! Nu moet ik erbij vertellen dat wij elkaar al jaren kenden, we dit idee (weliswaar betreffende een andere winkel) al eerder hadden besproken en dat ik geen tot weinig financieel risico zou lopen.

3. Wat was het doel?
De detailhandel eens niet te benaderen vanuit de conventionele methodes, maar door middel van het motiveren van personeel en hen heel veel verantwoording te geven, zo zien te komen tot een goede werkomgeving en mooie bedrijfsresultaten.

4. Hoe zou je je bedrijf omschrijven?
Explosief, ofwel binnen de franchiseformule(s) zoeken naar alsmaar nieuwe uitdagingen en naar hoe zaken beter en efficiënter kunnen. Goederen inkopen waar behoefte aan bleek, winkels verbouwen of nieuw openen daar waar de mogelijkheden lagen. In een tijdsbestek van 7 jaar hebben we 6 zaken met een grote diversiteit opgestart. Alle zaken bestaan tot aan de dag van vandaag! Wij bedachten o.a. de formule om 2 verschillende winkels naast elkaar onder één management te laten draaien. Ofwel, achter de deuren was er één kantine, magazijn en administratie. Dit alles gerund door één bedrijfsleider en eerste verkoper/ster. Kostenbesparing, gecombineerd met een flexibele personele inzet bleek een goede greep.

5. Wilde je altijd al ondernemer zijn, wat kun/wil je hierover zeggen?
Ondernemen zit wellicht in de genen. Beide grootouders hadden eigen zaken, overigens totaal verschillende. Om het personeel te motiveren was één van mijn slogans: Ik ga er vanuit dat je binnen de kortste keren meer verstand van het vak hebt dan ik, hoe meer ik aan het personeel kon overlaten hoe meer tijd ik kreeg  om nieuwe uitdagingen op te zoeken. Ik mijn werkzame leven heb ik met 5 verschillende franchiseformules gewerkt. Bij allen bleek dat wanneer je het aan durf/aan kunt om je hoofd boven het maaiveld uit te steken, het positieve bedrijfsresultaat vanzelf komt.

N.B. Na het versturen van mijn mail met deze interviewvragen naar mijn vader hadden we toch even een discussie. ‘Wat is precies het doel, waarom doe je dit, wat houdt het blog verder in, voor wie is het?’ etc. Oeh, had ik met mijn kennis toch even snel een te kort door de bocht mailtje gestuurd. Maar goed, met een kop thee erbij alles uitgelegd en daarna prachtige antwoorden (en gelijk al historische verhalen) gekregen, dank je wel pap!

Broer: Directeur/eigenaar Odysseus (Improving Project & Portfolio Management)
Emotioneel-mentaal
1. Waarom ben jij een onderneming gestart?
Avontuur/Nieuwsgierigheid naar onbekende
Volledige ruimte voor mijn manier van denken
Drang naar onafhankelijkheid (in denken, handelen, waar en wanneer werken, geld)
Authoriteitsuitdaging. Kleur graag buiten de lijntjes.

2. Hoe heb je dat gedaan? Wat waren je stappen hierbij?
Voor jezelf aangeven dat ondernemen trekt.
Tijdens studie al eigen handeltje en daarnaast eigen bedrijfje voor logistiek advies.
Na 2 jaar werken bij 1e werkgever wist ik dat ik in toekomst ondernemer wilde zijn.
Toen begonnen met delen van die ambitie en de eerste kans kwam vrij snel langs.
Op 24e gestart met nieuw bedrijf samen met 4 anderen. Geld geleend van ouders en blind erin gegaan.

3. Wat was het doel?
Het doel was en is vrij zijn in ruimste zin van het woord.
“Je moet” is een lastige confrontatie voor mij;-)

4: Hoe zou je je Odysseus omschrijven?
Odysseus is een leuk team van 15-20 professionals en een kwaliteitsclub in haar genre.
Het is een consultancy bedrijf (advies en implementatie) voor bedrijven die drang hebben betere keuzes te maken en die verbeteringen goed willen uitvoeren.

5: Wilde je altijd al ondernemer zijn, wat kun/wil je hierover zeggen?
Altijd is wellicht te zwaar aangezet, maar als ik terugkijk en verhalen combineer dan zie je een patroon van onafhankelijk willen zijn, durf, vandaag i.p.v. morgen, creatief, anders, snel, nieuwsgierig, mijn mening etc. Dus ja denk wel dat genetisch en omgevings – factoren mij een ondernemend type maken.

N.B. Na het antwoord van mijn broer, mail ik hem: thanks, heb misschien later nog wat vragen. Zijn antwoord: dat gaat je geld kosten dan ;-).

Zus: Fysiotherapeut (Fysiotime.nl)
Emotioneel-fysiek
1. Waarom ben jij een onderneming gestart?
Ik had het gevoel dat ik nergens helemaal mijn ei kwijt kon en tegen dingen aanliep m.b.t andere collega’s / werkgevers. Ik was op zoek naar uitdaging, diepgang en vooral om mijn eigen ideeën te kunnen toepassen.

2. Hoe heb je dat gedaan? Wat waren je stappen hierbij?
Brainstormen en praten met mensen om mij heen, groot blad gepakt en daar veel dingen wat in mijn hoofd op kwam opgeschreven om te kijken of ik dit kon kaderen. Daarna ondernemingsplan geschreven en plan van aanpak.

3. Wat was het doel?
Het doel was om een onderneming te starten die dichtbij mijzelf stond op een professionele manier, met veel plezier in mijn werk, waar er ruimte is voor ondernemen. Waarbij patiënten snel, effectief en goed worden geholpen anno 2016 met hulp van de nieuwste digitale technieken.

4. Hoe zou je Fysiotime omschrijven?
Fysiotime is een professionele, jonge onderneming, waarbij kennis & kwaliteit vooral met veel gevoel centraal staat en er maatwerk voor een patiënt wordt toegepast.

5. Wilde je altijd al ondernemer zijn, wat kun/wil je hierover zeggen?
Als beginnende fysiotherapeut wilde ik wel altijd een eigen praktijk hebben. Ik denk dat dit ook wel verweven ligt, grotendeels in mijn opvoeding. Ik merkte dat ik tijdens mijn loopbaan soms wel dingen op andere manier zag en daardoor vaker tegen de lamp liep. Ik kon dat niet altijd meteen plaatsen. Ik wilde het wel graag, maar had allerlei smoesjes om nog niet mijn gevoel achterna te gaan. Hier had ik gesprekken met anderen nodig om zo mijn gedachten te kaderen. Achteraf moest ik eerst een ander pad bewandelen, tegen de lamp te lopen en veel te proeven en te weten wat ik waard was.

N.B. Als ik mijn zus vraag of ze de mail heeft ontvangen zegt ze: ‘Mail? Heb ik die ontvangen? Ik kijk wel even, tuurlijk vul ik dat in, waarschijnlijk komt het woord gevoel bij mij erin voor.’ Klopt zus, 3 keer :-).

Mijn man: Projectmanagement en advies
Mentaal–fysiek
1. Waarom ben jij een onderneming gestart?
Avontuur, uitdaging om op eigen benen te staan, autonomie

2. Hoe heb je dat gedaan? Wat waren je stappen hierbij?
Nadenken, klankborden, plan, doen

3. Wat was het doel?
Zie 1 en financieel

4. Hoe zou je je bedrijf omschrijven?
Wat lastig te beantwoorden moet nog vorm krijgen.

5. Wilde je altijd al ondernemer zijn, wat kun/wil je hierover zeggen?
Nee is gegroeid in de tijd.

N.B. Ik moest er even op wachten, maar letterlijk en figuurlijk kwamen de antwoorden om 2 voor twaalf (middernacht) binnen. Thanks, mooie aanvulling in mijn blog!

Helga
Emotioneel-Fysiek
Mijn antwoorden lijken het meest op de antwoorden van mijn zus, hoewel ik geen ondernemersplan heb geschreven… Vanuit een drukke baan had ik op enig moment een reflectiesessie. Wat wil ik nu echt, waar ligt mijn hart? Op dat moment was ik er diep van binnen zo van overtuigd dat ik niet meer wilde wat ik deed, dat ik ben gestopt met mijn baan. Na een tijdje van uitrusten wist ik wat ik wilde, met en voor mensen werken, mensen echt iets mee kunnen geven, dus hup naar de Kamer van Koophandel en aan de slag. Van dit werk word ik gelukkig en doe ik elke dag met heel veel plezier!

Wat ik nu zo leuk vind, is dat een ieder op zijn/haar manier succesvol is, terwijl de wegen er naar toe totaal verschillend zijn. Heb je ook gezien dat de manier van antwoorden zo verschillend is? Verschillen tussen mensen en de manier waarop ze ondernemen, mooi toch!?

Een boompje opzetten: hoe doe jij dat?

Door Mara Lammertzen-Kuiper

Dag Sint, hallo kerstboom! Ben jij er ook zo een? Of doe je niet aan kerst, laat staan aan bomen? Stel nou –even hypothetisch– dat je wèl voor een boom zou gaan. Hoe pak jij dat dan aan? Zes verschillende manieren om aan een boom te komen*, met een dikke vette knipoog. Misschien (h)erken je wel iemand. Laat ik bij mezelf beginnen…

1.
‘Tuurlijk komt er een boom. Jaaaaa, gezellig toch. Als ik even geen rekening zou houden met mijn meer behoudende lief, dan was het –sorry duurzaamheid– een echte. Wel met kluit, natuurlijk. Maar die geur! Heerlijk. En liefst met echte kaarsjes ook. Als ik geen peuter en twee kittens had dan, hè. Ik ga met man en kind het bos in en ga er heel idyllisch zelf eentje uitgraven. Oh, mag dat niet? En dan op de imperiaal mee naar huis nemen. Er komen –naast mijn door de jaren heen verzamelde versieringen: een engel, glittervogeltjes– een paar mooie nieuwe ballen in, ton-sur-ton-kleuren het liefst. En een paar gekke zelfgemaakte frutsels. Chocoladekransjes, check. Lampjes die warm licht afgeven, niet dat koude blauwige led-licht. Saar mag de ster bij wijze van piek erop zetten en dan: ‘tadaaa!’
(De emotioneel-fysieke persoonlijkheidsdynamiek. Reality check: we hebben een nepper -want zie ook kerstboomtekst nr. 3- maar dan wel een mooie zilverspar-lookalike: met de gele led-lichtjes er nog in want dat is me ’n werk ieder jaar!)

2.
‘Ik zie de bomen het liefst gewoon in het bos staan, da’s al kerst genoeg. De kerstsfeer is belangrijk voor me, samen met de familie zijn. Verhalen vertellen, herinneringen delen. Maar als ik er een zou kopen is het bij mijn vertrouwde bloemenmevrouw, die is van de duurzame inkoop. Met kluit, want hij gaat weer terug de natuur in. Of gewoon een nepboom, veel beter idee. Ik moet maar eens gaan kijken bij het tuincentrum. Ik heb al jaren dezelfde ballen, en een paar mooie zelfgemaakte knutselwerkjes van de kinderen. Straks even uitzoeken of dat lichtsnoer het nog doet, ik neem meteen de schroevendraaier even mee uit de schuur.’
(De fysiek-emotionele persoonlijkheidsdynamiek)

3.
‘Dat kerstgedoe hoeft van mij niet, laat staan een boom, maar ik pas me aan. Het wordt dan een kunstboom met milieukeurmerk die ik op internet uitzoek en laat bezorgen. Kleur? Groen is groen, toch? Hij moet vooral makkelijk op te zetten en handzaam op te bergen zijn. Het versieren laat ik over aan mijn partner, die vindt dat leuk. Maar als ik het zelf zou doen bestel ik een paar ballen en een piek in zo’n setje mee. Led-lampjes uiteraard. Ja.’
(De fysiek-mentale persoonlijkheidsdynamiek. Reality check: mijn lief in de bocht)

4.
‘Ik ben helemaal niet van de traditionele bomen. Saai. Maar goed. Hoe ik dat dan zou doen? Ik ga naar de dichtstbijzijnde bloemenstal –ik kom er langs uit mijn werk– en die vent kent mij wel, hij heeft vast wel een leuk boompje staan. Liefst zonder kluit, want dat geeft een gigantische zooi als dat ding op de kop aan het plafond hangt hè. 😉 Hup, de ballenbak uit de schuur (of koop een paar opvallende nieuwe) en dan maken we er samen even wat geweldigs van. Als je langskomt weet je niet wat je ziet!’
(De emotioneel-mentale persoonlijkheidsdynamiek)

5.
‘Een kerstboom kan erg gezellig zijn. Geen noodzaak, maar ik wil best meedenken. Het mag een echte boom zijn, lekker nostalgisch, maar ik zou zelf voor een kunstboom kiezen. Er komen dan een paar niet te wilde ballen in, het moet wel smaakvol blijven. We doen er ook een paar leuke grapjes in. Een mooie piek, wat lampjes. Prima wat mij betreft.’
(De mentaal-emotionele persoonlijkheidsdynamiek)

6.
‘Een kerstboom? Dat heeft voor mij niet zoveel waarde. Daarnaast heb ik er ook weinig handigheid in. Er staat er een voor het huis, daar kunnen wel een paar lampjes in… Als ik er toch een zou kopen? Dan zou ik me laten adviseren over een kunstboom. Ik lees vervolgens de handleiding met een kop koffie erbij en dan zet ik stap voor stap de boom in elkaar. Decoratie is niet aan mij besteed. Dat laat ik liever aan iemand anders over. Prettige kerst.’
(De mentaal-fysieke persoonlijkheidsdynamiek. Reality check: Helga’s wederhelft maakt er daarentegen een spektakel van, compleet met kerstdorp en met heel veel knipperlichtjes en geluiden… daar gaat m’n kerstboomtheorie)

 

Welke boom je ook opzet, en met wie, we wensen je er veel plezier bij!
Pas wel op: de natuur slaat keihard terug…

* geïnspireerd op de geweldige ‘zes verschillende manieren om een auto te kopen’-vertelling van mijn Human Dynamics-mentor Harry Jansen. Hij blijft leuk, Har!

Inpakken en wegwezen

Door Mara Lammertzen

Vakantie! Dé tijd om verschillen tussen jou en je partner weer eens ‘lekker’ tegen te komen. En er dan vooral gebruik van te maken…

Wat is er nou mooier dan tussen de loslopende kippen wakker te worden en met je voeten in het gras te ontbijten? Om vervolgens je hangmatje in te duiken met een heerlijk boek, of al kletsend met de buren de camping over te lopen. Naar dat gezellige marktje te gaan in de zinderende hitte, of kijk! Wat een leuk terrasje, lekker mensen kijken. Tenminste, als je het mij met mijn emotioneel-fysieke persoonlijkheidsdynamiek vraagt. Mijn lief, met zijn praktische fysiek-mentale gesteldheid, denkt daar héél anders over. Die hoeft eindelijk eens niets, want het nooit eindigende to-do-lijstje ligt lekker thuis. Het ‘sociale gedoe’ mag met name overdag aan zijn neus voorbij gaan, want hij is liever bezig met het op orde maken en verbeteren van het ‘kampement’, zoals dat bij ons heet. Of met hout kappen voor het kampvuur straks. In het buitenland hebben ze ook doe-het-zelf-winkels, uiteraard. En anders wordt er wel een outdoorklusje gevonden op de ecocamping. Sinds onze dochter de helft van de achterbank inneemt onderweg is er dan ook een aanhangwagen en een dakzak aangeschaft zodat alle spullen die hij misschien nog wel eens nodig zou kunnen hebben zich ‘aan boord’ bevinden. De auto wordt tot op de laatste centimeter efficiënt ingepakt met doorzichtige kratten en drybags, zodat in geval van ernstige regenval alles tenminste vindbaar en droog blijft. De paspoorten, geld, vignetten, verzekeringsdocumenten in Google Docs, pech-set en neonjasjes: dat heeft hij alweer geregeld (na het lezen van dit blog: ‘je vergeet de gereedschapskist en de noodhamer te noemen’: I rest my case). Twee kratten met keukenspullen gaan de middag voor vertrek langs mij om te worden aangevuld met theedoeken, afwasmiddel, olijfolie, kruiden, tafellaken, kaarsjes en gezellige wijnglaasjes. Kleding en linnengoed zet ik klaar, zonnebrand, speelgoed, en de onderweg-voer-tas is ook mijn klus. Hij is van de veiligheid en de (ietwat uitgebreide, okee) spullenboel, ik van de in- en uitwendige mens. Het is maar waar je focus ligt. Het werkt samen in ieder geval als ’n trein die altijd ’n high five krijgt als we de hoek omrijden. Waarna ik vervolgens ineens denk aan mijn zonnebril of sleutels voor de buren met bedankbriefje of telefoon die nog op het aanrecht liggen. Hij is van het inpakken, ik van het wegwezen. ‘Maar’, zegt hij, ‘ik geniet nóg meer van het weg zijn’.

Foto boven: Inderdaad, in de waterdichte bak achter de trekhaak zit de (uiteraard op zowel 220 volt, 12 volt als gas werkende) koelkast… 😉